Verslag van het wereldkampioenschap voor veteranen

· webteam

WVA-renner Dinko Valerio schreef een prachtige verslag over zijn deelname aan het wereldkampioenschap voor veteranen in Sankt Johann. Hij zette met zijn 20e plek een mooi resultaat neer in de tijdrit voor de categorie 55-59 jaar. Ook trof hij er WVA-collega Gerrit Buehre die 9e werd in de wegrit bij de 80+.

Sankt Johann in Tirol (Oostenrijk) is klein “knuffepuf” stadje met vakwerk huizen, veel lederhosen, dirndl jurken en Wiener schnitzel restaurants. Al 47 jaar komen veteranen wielrenners uit de gehele wereld eind augustus hier naartoe om met en tegen elkaar te strijden. Hier kun je koersen in categorieën die in klassen per 5 jaar zijn ingedeeld (vroeger zelfs per 3 jaren oplopend!) en de strijd aangaan met Nieuw Zeelanders, Mongoliërs, Brazilianen, Russen, Duitsers, Italianen, etc. Tot 2013 waren dat ook heuse wereldkampioenschappen. Gerrit Buehre [caption id="attachment_5586" align="alignright" width="300"]Frank Nijssen en Gerrit Buehre Frank Nijssen en Gerrit Buehre[/caption] In het verleden waren die wedstrijden zeer populair bij de WVA leden (niet voor niets door ons toen “de veteranen-vereniging” genoemd). Op het einde van het seizoen hadden veel renners daar gereden en palmares behaald waar dan met gebruikelijke Amsterdamse branie in ons vervallen clubhuisje over verteld werd. WVA man van het eerste uur wijlen Ed Snijders reed daar zelfs menigmaal met zijn echtgenote in de vakantie op de fiets heen om de koersen te zien en de sfeer mee te maken. Die populariteit bij onze leden lijkt iets tanende. Dit jaar waren we maar met twee renners die het zwart rood van WVA verdedigden: Gerrit Buehre en ondergetekende. Ger werd vorig jaar nog 3e In de rit in lijn en dit jaar reed hij een zeer verdienstelijke 9e plaats in de 80+ categorie. Voor mij duurde het tot 2011, net gestart in mijn “tweede wielerleven”, tot ik voor het eerst naar dat bergachtige parcours ging om een rugnummer op te spelden. Het irrealistisch soort optimisme dat een ondernemer typeert bezit ik ook als wielrenner dus ik stortte me met verrassend weinig schroom tussen ex-profs en wereldklasbakken in wedstrijden die, zacht uitgedrukt, niet op mijn “lijf” geschreven waren. Gelukkig raadde Carolien van Herrikhuizen (die dat dwaze plan als coach-schema samenstelster begeleidde) me aan om ook eens aan die tijdrit mee te doen. Sinds dat eerste jaar ben ik eraan verslingerd geraakt en kwam dit jaar voor de vierde keer aan de start. Doelen stellen De tijdrit in Sankt Johann is natuurlijk bijzonder voor onze club. Dit is waar WVA-er Herman van Bruggen in 2010 glorieus wereldkampioen in zijn leeftijdscategorie (75+) werd. De rit is 20 kilometer in lengte, vindt plaats langs een rivier met af en toe wat vals plat, één fel klimmetje van een dikke minuut en kort daarna, op 10 kilometer, een 180 graden keerpunt zodat je weer terug bij de start finisht. Het mooie van een tijdrit is dat je heel objectieve doelen kunt stellen. Ondanks het feit dat “prijsrijden” in het Sankt Johann gezelschap niet voor mij is weggelegd kan ik me er toch helemaal op richten om een bepaalde snelheid of gemiddeld vermogen te rijden en daar dan voldoening uit halen. Zo was het me tot nu drie keer op rij gelukt een snellere tijd (gepaard aan hoger gemiddeld vermogen) neer te zetten. Mijn doel voor dit jaar was om dat vermogen te evenaren en door een slimmere indeling het klimmetje beter te verteren. Gewapend met een schema van Carolien met een hoop nare interval- en “Critical Power”-blokken ben ik 5 weken voor de wedstrijd me gaan richten op dat doel. [caption id="attachment_5601" align="alignleft" width="292"]Aangemoedigd door Frank Nijssen Aangemoedigd door Frank Nijssen[/caption] Carolien had mijn eerdere tijdritten geanalyseerd en vond dat ik te lang “doorstartte” en een te hoog vermogen voor de klim reed waardoor ik daar "mijn benen brak”. De tactiek die ze bedacht was dan ook om meteen na de start 5 à 10 Watt onder mijn omslagpunt van 250 Watt te gaan rijden, daarna het klimmetje hard op en op de terugweg me helemaal leeg rijden om zo een negatieve split te realiseren. Aangezien het gevaar altijd is dat je te snel start kreeg ik veel trainingssets mee met daarin de eerste 10 seconden start gevolgd door meteen uit te zakken naar die 240-245 Watt die ik de eerste dikke 10 minuten moest rijden. Na een zomervakantie met veel noeste trainingsarbeid was op 26 augustus “de grote dag” daar. Mijn vrouw Hester en Kristel en Frank Nijssen waren er om me aan te moedigen en van Frank kreeg ik vlak voor de start nòg een keer goed de tactiek ingeprent. Het is gek, maar hoe simpel het ook lijkt, met de adrenaline in je lijf is “rustig” starten een zware opgaaf. Ik had een redelijk zwaar startverzet gekozen en kwam maar net goed weg maar daardoor wel lekker snel op tempo en terug naar de afgesproken 240-245 Watt. Vlak voor de klim kwam een 30 seconden achter mij gestarte renner me voorbij. Ietsje pietsje van zijn drag geprofiteerd en me gerealiseerd dat dat soort zaken me niet van mijn strijdplan moesten laten afwijken. Toen kwam de klim: ik kende hem en kon door steeds een tandje terug te schakelen het been-tempo eigenlijk tot vlak voor het einde vasthouden. [caption id="attachment_5607" align="alignright" width="400"]Weer langs Andreas Knopf Weer langs Andreas Knopf[/caption] Geheel in tegenstelling tot vorige jaren was het zwaar maar te doen en kon ik op het buitenblad blijven! Laatste paar trappen uit het zadel en wel flink hijgerig aan vlakke stuk begonnen maar geen vergelijk met het gevoel van eerdere jaren! Mooiste van alles: die beer van een coureur die voorbij kwam (Andreas Knopf, een Duits jonkie van 55 jaar, werd vorig jaar 5e in de jongere categorie!) haalde ik notabene op de klim weer in! Kort daarna kwam het keerpunt. Daar durfde ik niet echt vol in te gaan “better safe than sorry” dacht ik en had weer Andreas in mijn wiel. Weer lekker aangezet en op naar de afzink. Daar rust gepakt en me zo aerodynamisch mogelijk klein gemaakt. Na de afdaling beetje zoekend naar het juiste ritme om me echt leeg te rijden. Soms te zwaar waarna ik een beetje terug moest. Maar ook Andreas bleef jo-jo-en. Hij haalde me op gegeven moment weer in waarna hij voor me mijn tempo ging rijden en ik een “Renn-Commissaris” in mijn nek kreeg die me gebaarde niet te stayeren. Met veel dramatisch Italiaans armgebaar heb ik dat halfslachtig opgevolgd. Op een klimmetje van een brug kakte hij weer helemaal in en moest ik er gewoon langs om niet mijn vermogen te verliezen. Daarna werd het steeds zwaarder. Ik kende de plekken waar ik nog gas moest geven en ben met name de laatste drie kilometer flink bij mezelf te rade geweest (…). Ook het slotoffensief perste ik er nog uit, haalde nog een Zwitser in en en kwam compleet leeggereden over de finish. Drie keer raden wie de laatste 500 meter nog voorbij kwam. Andreas! Die haalde me, nu voor de 3e keer, in. Supertevreden gevoel Na een minuutje of wat bijkomen meteen een supertevreden gevoel. Had echt alles gegeven wat ik had. De data bevestigden het! Ik werd 20e van de 49 man met een tijd van 28:31 vorig jaar 29:12 (met regen toen 17e van de 35). Ook qua vermogen haalde ik mijn doelstelling: 255 Watt gemiddeld en 41.8 km/u (vorig jaar 253 Watt, 41.0 km /u). De opdracht was overigens niet tot op de letter uitgevoerd: het stuk tot de klim een vermogen van 250 Watt (ipv 245) en datzelfde stuk retour 255 Watt (ipv 260), dus wèl een negatieve split maar wie weet kan dat volgend jaar nog beter ;-) Dinko Valerio Screenshot 01 Om het geheel in het juiste perspectief van ons gewone stervelingen te plaatsen: met mijn tijd was ik bij de 70+ (!) één minuut na de winnaar, 6e geworden. Bij ons (55-59) reed de winnaar 1min 43s sneller met een gemiddelde van 47 km/u. Het kan verkeren! Met dank aan Kristel Nijssen voor de foto's. [Dinko Valerio]