Just Cycle Sportswear Bikeplanet Duursport.nl Robic Studionep

Bij onze club klopt het Amsterdamse wielerhart

WVA Clubkampioenschap: handen schudden met sprinters

7 juli 2019 – Vroeg op de zondagochtend kreeg ik een WhatsApp bericht binnen. Ello ‘De Terminator’ van Gelderen meldde zich af voor het WVA clubkampioenschap omwille van een verkoudheidje. De machine van staal en geavanceerde elektronica bleek vatbaar voor een virus? Ongelooflijk! Lullig voor Ello, maar ik zag een beducht concurrent minder en begon mij meteen af te vragen met wie ik vandaag wél rekening had te houden bij de 40+ categorie.

Vanzelfsprekend de andere hardrijders zoals bijvoorbeeld Jos Backer, de verdedigend clubkampioen, krachtpatser en stamgast van de verenigingsbar. Of neem Fred van Huisstede, iemand die het liefst hard rechtdoor fietst en naar eigen zeggen al jaren droomt op deze wijze een overwinning in het clubkampioenschap te pakken. Mooie rijders allemaal. Aan de andere kant moest ik bedacht zijn op de hyena’s van het deelnemersveld, de jakhalzen, de parasieten en de profiteurs van het wielrennen… de sprinters dus. Coureurs die zich urenlang kunnen verstoppen in de buik van het peloton, beetje lui moppen tappen, zich dan even uitsloven op de laatste 200 meter en fluitend met de hoofdprijs weglopen! Ik weet ’t niet hoor… Begrijp me niet verkeerd, ik vind sprinten een prachtige discipline, maar alleen als discipline dus. Op de baan of zo. Of op de Ronde van de Westerstraat, 300 meter, vanuit stand! Prachtig. Maar in een koers van langer dan een uur moet de massasprint verboden worden.

Neem de openingsetappe van de Tour, 195 kilometer saai fietsen, Ducrot die het landschap aan elkaar zwetst, effe afsprinten en dan klaar. En gevaarlijk bovendien. ‘Waarom kijk je niet alleen de laatste 10 minuten pap?’ Een terechte vraag van mijn dochter. Als iedereen van tevoren weet dat het toch een massasprint wordt, waarom doen we dat dan niet meteen?

Bij aankomst op Sloten zag ik ze meteen. De sprinters die hun mensen aan het instrueren waren, stalorders uitdeelden en links en rechts een mooie beloning in het vooruitzicht stelden. Schouderklopje hier, gniffeltje daar. Marco Postma klaagde dat hij de laatste maanden last had gehad van het Groenewegen-syndroom, de druk van lokale media als gedoodverfde favoriet voor de eindoverwinning hadden hem slapeloze nachten bezorgd. Mevrouw Postma knikte instemmend. Van Breemen, ongenaakbaar sprinter bij de 50+ liet zich vooraf met een fles Sauvignon Blanc op de hoogste trede van het schavot portretteren. ‘Had ik er gisteren vier van op,’ hield Bart zijn concurrentie luchtigjes voor. Alleen Maurice de Bruijn had geen mensen om zich heen verzameld, maar had naar eigen zeggen ook niemand nodig. Hij tuurde in de verte, waar inderdaad helemaal niemand te bekennen viel.

De koers ging hard van start. Er moesten even wat kaarten geschud worden, zo leek. Maar alle ontsnappingen werden snel gesmoord. De enige vroege ontsnapping die een beetje stand hield werd opgezet door Rob Bohte, maar ook hij en zijn medevluchter werden teruggepakt. Daarna volgde een uurtje intervaltraining waarbij ieder gat werd dichtgereden. Na de sprint van de 60+ drong alles met een rood rugnummer naar voren en… Bart van Breemen won de sprint. Vet saai. Hij vond het zelf nog wel lollig om precies voor de finish een denkbeeldige fles wijn aan de mond zetten. Dat was leuk inderdaad.

Bij de 40+ deed ik nog een poging weg te geraken, maar dat was een kansloze missie. Ik liet me terugzakken en besloot mij met het sprintgeweld te gaan bemoeien. Geen kans op eremetaal natuurlijk, maar misschien kon ik nog een treintje in de soep rijden of zo. Daar zaten ze dan hoor… de jongens. Strakke koppies opeens. Focus. Voorin reden er opeens 3 man weg: Fred van Huisstede, Sander Baars en Bart Bijvoet. Ik wachtte op reactie van de helpertjes van de sprinters. Zo die bluften zeg… er reed niemand. Jos Backer reageerde wel en spoot weg op zoek naar aansluiting bij de 3 ontsnappers. Normaal zou dit mijn queue zijn en zou ik achter Jos aanspringen, maar ik wist dat de sprintploegen dit zouden pareren. Dat hadden ze zo afgesproken immers. Ik wachtte. En wachtte. Het gat werd nu erg groot. Met nog 1,5 rondje te gaan vroeg ik Marco wat hij er van dacht. Moest hij niet es wat van zijn mannen voorop gaan zetten? ‘Ja, kom zeg ik heb Fred voorin zitten,’ was zijn antwoord. Ja hoor, ook dat nog. Klassieke sprinter – hardrijder afspraak, de win-win in het wielrennen, pocket-rockets met poker, de Kalver- én Leidsestraat met Monopoly, noem maar op, Marco had het helemaal weer helemaal voor elkaar! En ik zat met lege handen. Voor de vorm sprintte ik nog mee en werd 7e achter Postma en De Bruijn. Jos heeft zijn naam en gelukkig die van alle hardrijders hooggehouden en de finale gewoon gewonnen, op snelheid. Proficiat Jos! Fred viel overigens net buiten de bloemen, maar we verwachten hem volgend jaar sterker terug dan ooit.

Uiteindelijk nam ik wél bloemen mee naar huis, althans mijn dochter nam bloemen mee naar huis. Ze was gevraagd om rondemiss te zijn en had de eervolle klus om 12 vreemde mannen te zoenen schoorvoetend aangenomen. Als beloning kreeg ze zelf ook een bos. Ik had haar nog geïnstrueerd dat ze alléén een hand moest geven aan de sprinters, maar de rest wel mocht zoenen. ‘Liever andersom,’ had ze gezegd. Ik keek haar vragend aan. ‘Sprinters zijn minder bezweet, pap.’