Just Cycle Sportswear Bikeplanet Duursport.nl Robic Studionep

Mark Kassteen interviewt oud-wereldkampioen Piet van Heusden

[door Mark Kassteen]

Mark Kassteen interviewt oud-wereldkampioen Piet van Heusden

Ter gelegenheid van de Ronde van de Orteliusstraat in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes ontmoette Mark Kassteen oud-deelnemer Piet van Heusden (89). Piet reed deze ronde een keer of drie in de jaren ’50, toen hij zelf nog in de buurt woonde. Het werd een geanimeerd gesprek over prijzengeld, wijlen zijn vrouw Fok en stinkende karpoetolie.

Dit artikel verscheen eerder in de oktober editie van Wielrenblad. Foto’s: Eilam Ilak, Steven van Bovene, Tom Bergman

Gehuld in een keurig jasje en licht verkleurde regenboogsokken tref ik Piet in een oude lederen fauteuil op de hoek van de Orteliusstraat en Van Spilbergenstraat in het stadsdeel in Amsterdam-West. Midden in de hectiek van het dagprogramma en de herrie van de speaker heeft de oud-kampioen goed zicht op de wedstrijd die vroeger in zijn achtertuin georganiseerd werd. Vorig jaar is de ronde na 63 jaar afwezigheid door initiatiefnemer en organisator Rim Voorhaar nieuw leven ingeblazen. Net als toen is nu ook de organiserende wielervereniging A.S.C. Olympia. Piet is altijd lid geweest van de oudste wielervereniging van Amsterdam.

Piet ziet er zo op het eerste gezicht breekbaar uit. Ik vraag me af of een interview in deze chaos wel gaat slagen. De suggestie om even een rustig plekje op te zoeken slaat hij af. Nergens voor nodig volgens hem. Zijn krachtige onvervalste Amsterdamse tongval verraadt zijn vitaliteit. Ik neem plaats in de plantenbak naast zijn troon en laat Piet verhalen over prijzengeld, zijn geïmmigreerde vrouw en stinkende karpoetolie.

 

Piet was naar eigen zeggen een slow-starter. Dat gaf hem weliswaar vaak uitzicht op ritzeges, maar hij moest extra hard werken voor de premies. En die waren nou juist zo interessant in die tijd! ‘In de vijftiger jaren had je wel 30 of 40 van dit soort races per jaar in Amsterdam. Daar kwam enorm veel publiek op af, want sport op TV was er nog niet. Die wedstrijden probeerde ik allemaal mee te doen. Soms twee op een dag.’ Van het geld probeerde Piet rond te komen of af en toe zijn moeder wat toe te stoppen. In zijn toptijd woonde hij nog thuis en ‘kon je als grote kerel natuurlijk niet op de kosten van je moeder teren.’ Op de vraag wat hij er dan al zoal aan overhield moest Piet even nadenken. ‘Kijk, een strijkbout, een paar kilo worst of een klokkie kon je al gauw voor een paar riksen doorverkopen.’

Kijk, een strijkbout, een paar kilo worst of een klokkie kon je al gauw voor een paar riksen doorverkopen.

EEN MUD AARDAPPELEN

Voor Piet is het een vanzelfsprekendheid dat de premieprijzen in natura werden uitgekeerd. Ik laat Piet geloven dat het voor mij ook vanzelfsprekend is, maar hoop van harte binnenkort es een strijkbout te winnen in een koers. ‘Na afloop wist een deel van het publiek je dan wel te vinden in de permanence of sporthal om die prijzen van je over te kopen. Als mijn moeder er wat aan had, dan ging het wel mee naar huis hoor. Een mud aardappelen, of een half mud kolen of zo.’ Weer die vanzelfsprekendheid. Ik wil Piet niet bekennen dat ik geen idee heb wat een mud doet tegenwoordig. Piet vertelt verder terwijl ik op mijn telefoon ondertussen stiekem Google naar een “mud aardappelen.” 70 kilo beantwoordt de zoekmachine ‘Handig dat je dat tegenwoordig zo kunt opsnorren, he!’ lacht hij. Piet is niet van gisteren. ‘Ja hopsa, die aardappelen gewoon zo mee onder de arm hoor.’

Piet van Heusden

Amsterdam, 11 juli 1929

Drievoudig Nederlands kampioen achtervolging bij de amateurs (1952, 1953, 1954) • Wereldkampioen achtervolging bij de amateurs (1952) • 36 jaar in de organisatie Olympia’s tour • 2 jaar Ploegleider Paroolploeg • 12 jaar gastheer bij de 6-daagse van Rotterdam

Tijdens het gesprek wordt Piet af en toe hartelijk begroet door voorbijgangers of tikt er iemand even op zijn schouder. ‘Ken je me nog?’. Piet kent iedereen nog. Op de achtergrond schalt zijn naam af en toe door de speakers. Een lange man van middelbare leeftijd begroet Piet enthousiast. ‘Goed dat je er nog bent Piet!’ Piet knikt. Hij weet als geen ander dat het een kwestie van geluk is dat hij hier nog rondloopt. Hij heeft een aantal van zijn fietsmaten al weg moeten brengen en ook nu is er bij een vriend asbestkanker ontdekt. ‘Ik weet niet of ik nog lang met ‘m heb eerlijk gezegd. Ze pompen dagelijks 2 bidons vocht vanachter zijn longen vandaan.’ Piet lijkt te berusten in het onvermijdelijke vooruitzicht van het levenseinde. Ik durf hem nu dan ook pas te vragen naar zijn vrouw. Hoe is het voor hem om hier te zitten terwijl het nog maar zo kort geleden is dat zijn vrouw Fok hem is ontvallen?

Bij de renaissance van de ronde van de Orteliusstraat was Piet ook aanwezig voor een ereronde en prijsuitreiking in het criterium dat sinds vorig jaar naar hem vernoemd is. Fok had toen net een hersenbloeding gehad en had veel zorg nodig. Piet deed dat natuurlijk helemaal zelf. Hij laat er geen misverstand over bestaan dat hij ontevreden is over alles wat er in de zorg is wegbezuinigd de laatste jaren. Hij zou zijn vrouw daar nooit slachtoffer van laten worden. ‘Ja, soms 2-3 keer per nacht je nest uit om haar te helpen is niet makkelijk natuurlijk,’ bekent hij. ‘Maar ik kon nog wel af en toe mijn rondjes fietsen gelukkig. Tenminste, als ik een betrouwbare oppas had!’

Maar ik kon nog wel af en toe mijn rondjes fietsen gelukkig. Tenminste, als ik een betrouwbare oppas had!

Piet wordt even uit zijn verhaal gehaald door Luc Ducrot die hem in het voorbijgaan begroet. De zoon van ex-prof Maarten en winnaar van de eerste editie van de Grote Prijs Piet van Heusden wordt door de veteraan nagestaard. ‘Zulk materiaal hadden we in mijn tijd niet hoor,’ wijzend op zijn peperdure fixie. Het grootste verschil tussen toen en nu moet toch wel het materiaal zijn. ‘Als je ziet waar de jeugd van tegenwoordig op rijdt, dan hadden wij het toch wel zwaarder in mijn tijd.’ Piet reed zijn eerste wedstrijden op een loodzware fiets met houten velgen! ‘Bleef wel heel als je viel,’ grapt hij.

EMIGREREN UIT FRIESLAND

Piet gaat door waar hij gebleven was. ‘Ze zou dit jaar 90 jaar geworden zijn en ik prijs me iedere dag gelukkig dat ik daar 66 jaar deel van heb mogen uitmaken.’ Fok kwam in 1934 op jonge leeftijd met haar ouders uit Friesland geëmigreerd. Dat woord had Piet niet toevallig gekozen. ‘Kijk, ze sprak enkel Fries, speelde kaats in zwarte koussies en op klompen… in die tijd noemde je dat emigreren hoor!’ Tijdens de oorlog waren opa en oma in huis gehaald en bood het gezin ook nog es onderdak aan bevriende Joodse onderduikers. ‘Geen makkelijk tijd voor een kind natuurlijk, ze kon nooit een vriendinnetje boven te spelen vragen.’ Fok verloor tijdens de oorlog haar broer en vlak daarna haar vader. Samen met haar moeder moesten ze het toen zien te rooien.

Toen Piet en Fok na de oorlog trouwden, wilde het stel het anders doen dan anderen. Ze besloten te wachten met kinderen tot ze de boel financieel een beetje op orde hadden en ze werkten allebei hard als zelfstandigen om inkomsten te genereren. ‘Wij waren eigenlijk de eerste ZZP-ers,’ lacht Piet. Fok was demonstratrice geweest op diverse beurzen door het land en trad op als mystery guest voor de Amstelbrouwerij toen die de Nibb-it op de markt brachten. Aan Piets mimiek zie ik dat dit een hoogtepunt in de carrière van Fok moet zijn geweest, maar ik schiet toch per ongeluk in de lach. Ik heb het namelijk altijd een nogal goedkoop zoutje gevonden. ‘Kun je wel lachen, maar met die Nibb-its ging de bierconsumptie een kwart omhoog,’ verdedigt Piet.

De omroeper kondigt aan dat over een uurtje het Wattworks Men’s Criterium van start gaat. Dat is een nieuw onderdeel op het programma en geeft wielrenners die gewoon moeten schakelen ook de gelegenheid op de klinkers van de Orteliusstraat te koersen. Ik zeg tegen Piet dat ik moet afronden omdat ik nog een warming-up nodig heb, ik ben namelijk ook een slow-starter. Piet moet zich ook gaan opmaken voor de openingsronde van zijn Grote Prijs, maar keert in gedachte nog een keer terug naar zijn gloriejaren als zijn ogen beginnen te glimmen. ‘Tja, de warming-up deden wij altijd bij de mensen thuis. Gewoon een beetje wrijven,’ zijn handen masseren demonstratief zijn bovenbenen. ‘Het liefst me Karpoetolie natuurlijk!’ Voordat ik me weer op Google moet beroepen, legt Piet uit dat het oorspronkelijk Indonesische goedje hielp om de spieren soepel en warm te maken. ‘Maar je joeg met de geur ook de bewoners het huis uit, haha.’ Piet had pas nog een dame uit de buurt gesproken die de naam Van Heusden alleen uit de overlevering van haar eigen moeder kende. Een halfjaar had haar huis naar de olie gestonken. Maar volgens het verhaal van de moeder was het bezoek van de stoere wielrenner de stank meer dan waard geweest. Ik wacht op een verdere toelichting van Piet, maar het blijft bij een glimlach. ‘Ga jij maar gewoon warm rijden jongen, je zult het nodig hebben zo.’