Just Cycle Sportswear Bikeplanet Duursport.nl Robic Studionep

Bij onze club klopt het Amsterdamse wielerhart

Ed Bosse reed met zoon Niels de Tour du Mont Blanc 2018

De elektronische rustverstoorder geen schijn van kans gegeven, voordat hij enig geluid kon uitkramen om 03.10 uur opgestaan. Tandjes gepoetst, de kin van stoppels ontdaan het ranke rennerslijf onder een weldadige warm/lauwe douche gezet daarna fris en monter de kleren aangetrokken. Broodje met omelet begeleid met een kopje koffie naar binnen gewerkt en voilà klaar voor het avontuur!

Chris onze steun en toeverlaat (schoonpappa van Niels) opgehaald, vervolgens naar Niels (zoonlief) die al bepakt en bezakt buiten staat te wachten. Na nog even geposeerd te hebben voor de “groepsfoto” en de bagage in de Yeti gepropt te hebben eindelijk op weg naar douce France.

De reis verloopt goed totdat Niels het stuur overneemt en moet dealen met een zeer eigenwijze navigatie dame die hem telkens van de snelweg wil leiden omdat er een vermeende file ergens verderop zou staan. eenmaal kon ik hem weerhouden de aanwijzingen van deze dame op te volgen, helaas was de aanhoudendheid en doordrammerij van deze dame de oorzaak dat Niels de fout inging en wij een “mooie landelijke route” kregen voorgeschoteld die voor geen meter opschoot omdat deze gelardeerd was met stoplichten die, hoe kan het ook anders steeds op rood stonden. De verwensingen van onaangename aard van Niels aan deze dame echode door de voiture. Pappie en schoonpappie hielden wijselijk hun mond dicht, nou ja, af en toe een opbeurende opmerking zoals “mooie route Niels, gaat ook lekker snel”! Hij kon het niet erg waarderen. Tot overmaat van ramp ook nog Genève doorkruist. Mooie stad trouwens. Veilig en wel om 17.50 uur aangekomen in Saisies, het was een wonderbaarlijke reis.

Het appartement wat wij via Airbnb hadden gehuurd lag op een prachtige locatie met uitzicht op de Mont Blanc. Een minpunt de bereikbaarheid, eerst moesten wij een trap beklimmen die naast het voorliggende appartementen gebouw lag om vervolgens door een steile Alpenweide naar de volgende trap te komen die leidde naar “ons” appartementen gebouw, om tot slot nog via twee binnen trappen naar de tweede verdieping te komen waar het appartement zich bevond. Dit was al een uitdaging voor Niels en mij om de fietsen en bagage allemaal boven te krijgen, laat staan voor Chris, gezegend met twee kunst knieën en een paar kilootjes overgewicht, eindelijk boven erkende hij dat zijn conditie ook voor verbetering vatbaar is. Nadat wij kwartier hadden gemaakt, wat zeker een half uur heeft geduurd, hebben wij in een plaatselijk restaurant van dit skioord op 1657 meter hoogte smakelijk gedineerd. Chris die wel van een lekker glas rode wijn houdt hield het tijdens het diner bij een colaatje met wederom de beklimming naar het appartement in het vooruitzicht. Om 10.00 uur de vermoeide lichamen te rusten gelegd en geprobeerd om te slapen, eerlijk gezegd heb ik altijd moeite om een eerste nacht in een vreemd bed in dromenland te geraken zo ook nu weer.

Vrijdag 20 juli: de benen op spanning zetten

Na een slechte nachtrust wat voor ons alle drie van toepassing was ( de bedden waren niet van optimale kwaliteit) lekker opgefrist onder de douche ( de douchekop moest je in de hand houden want er was geen ophanghaak en je stond in het bad waar een douche gordijn tegen je lichaam aan plakte), brood en croissants gehaald bij de bakker en het ontbijt naar binnen gewerkt. Niet alleen moesten onze magen gevuld worden met brandstof maar ook onze volgwagen. Nu was de dicht bijzijnde tankstation op 12 kilometer afstand bij een supermarche in het dal. Om van de noodzaak een deugd te maken besloten Niels en ik om met de fiets daar naar toe te rijden, dus 12 kilometer afdalen en terug 12 kilometer klimmen, rustig aan maar wel even de spieren op spanning zetten en de afdaling te verkennen die wij morgenochtend in het donker moesten doen. Opvallend slecht was het wegdek met scheuren en gaten in het asfalt wat wel eens tot problemen zou kunnen leiden als het peloton van zo’n 800 man/vrouw tegelijk aan de afdaling zou beginnen. Na de beklimming van deze kant van de col de Saisies en de beklimming naar het appartement gedoucht en geluncht.

Om 14.00 uur konden wij onze rugnummers en andere bescheiden ophalen in de sporthal. Bij het inschrijven bleek dat er wat fout was gegaan met onze inschrijving, per abuis hadden wij ingeschreven voor de duo challenge en dat betekent dat je ieder de helft van de afstand zou moeten rijden, gelukkig werd dit snel hersteld en werd onze deelname naar solo omgezet. bij het pakketje met ons nummer kregen wij een wielershirt, een routebeschrijving en een bon voor twee pasta maaltijden die je kon krijgen bij de twee voorlaatste verzorgingsposten (naast de soep en andere etenswaar). Niels kocht nog een regenjack met opdruk van de tour de Mont Blanc voor € 50,- en Chris die ritselaar kreeg het voor elkaar om een T shirt met ‘Staff’ op zijn rug van de organisatie krijgen en een pet met klep van een standhouder die zijn fietsen aan de man trachtte te brengen. Buiten de sporthal stond een marktstal met wielershirts van het merk Louis Bobet, natuurlijk was ik geïnteresseerd totdat ik het prijskaartje zag € 300,- voor een wielershirt was en is mij toch iets te gortig hoe mooi ook!

Om 18.00 uur was de briefing door de organisatie in de sporthal voor de deelnemers. Daar werden op een groot scherm de wetenswaardigheden uitgelegd en kwamen verschillende sprekers aan bod die ieder verantwoordelijk waren voor een specifieke taak, natuurlijk in het Frans en in het Engels met een zwaar Frans accent zoals in de bekende televisie serie Allo Allo. De weersverwachting voor zaterdag was slecht en de organisatie zou de tijdslimiet als het erg slecht werd aanpassen was de mededeling. De afdaling naar het dal zou geneutraliseerd gebeuren en niemand mocht de jurywagen in de afdaling passeren op straffe van uitsluiting van deelname. De tijdslimieten van passage op de posten langs het parcours werden nog een keer doorgenomen, als je daar te laat zou aankomen zou je uit de koers worden gehaald. Dit waren zo een beetje de belangrijkste mededelingen. Na de briefing hebben wij een pizza gehaald voor ons avondeten, hadden wij trek in en de boog kan niet altijd gespannen staan. Ik heb schijt aan die Fransen met hun chauvinistische gedrag maar deze Fransman wist beter dan menig Italiaan hoe je een overheerlijke pizza moet bereiden en daar waren wij het alle drie roerend mee eens.

De voorbereiding op ons zaterdag ritje, 24 bidonnen gevuld met sportdrank, 20 calorie repen in een tas, drie sets kleding per man, regenjack, windjack, muts voor onder de helm tegen de kou tijdens het afdalen, handschoenen overschoenen, licht voor en achter op de fiets, nummer op het stuur gemonteerd waar een chip inzit voor de tijdregistratie. Alles nog tien keer gecontroleerd om maar niets te vergeten! Het is hondenweer buiten onweer en regen!
De wekker op 03.30 uur gezet en naar bed om 21.00 uur voor toch nog een paar uur rust. De spanning stijgt!!

Zaterdag 21 juli: de dag waarop het moet gebeuren

De renners

  • Niels Bosse 34 jaar – 1,93 mtr – 90 kg.
  • Ed Bosse 63 jaar – 1,82 mtr. – 80 kg.

Ploegleider

  • Chris Timmermans – tot op het bot gemotiveerd!

De cols

  • Col de Montets 1419 meter
  • Col de la Forclaz 1526 meter
  • Champex – Lac 1498 meter
  • Col du grand Saint Bernard 2469 meter
  • Col du petit Saint Bernard 2188 meter
  • Cormet de Roselend 1967 meter
  • Col des Saisies 1657 meter

Voordat de wekker afloopt ben ik wakker, Niels ook en Chris onze steun en toeverlaat in bange dagen, die de volgwagen vandaag bestuurd en ons van een natje en droogje moet voorzien, komt niet veel later tevoorschijn uit zijn slaapkamer. Chris heeft gisterenavond nog een pasta maaltijd voor ons bereid voor het ontbijt om de koolhydraat voorraad op peil te brengen. Wassen en aankleden, het is droog buiten maar erg fris en de afdaling duurt alles bij elkaar toch wel 20 minuten. De regenjacks aan, een muts onder de helm tegen de kou, overschoenen en handschoenen aan. Fiets over de schouder en eerst weer van het appartement naar beneden klunen. Bij het startvak aangekomen staan er al behoorlijk wat renners, gelukkig heeft de organisatie aan koffie, thee en cake gedacht voor de deelnemers, nog een kwartier voor de start! De directeur sportief somt nog in het rap Frans alle belangrijke spelregels via de luidsprekers door aan de deelnemers en begint met aftellen. Ondertussen is Chris met de auto waar onze verversingen inzitten afgedaald en zal beneden bij de supermarche staan zodat wij daar onze regenkleding uittrekken als het weer het toelaat.

Het startschot klinkt Niels en ik wensen elkaar succes, nu gaat het echt beginnen, gelukkig is het droog maar met zo’n groot peloton afdalen in het donker over een slecht wegdek boezemt mij toch een beetje angst in. Een lint van lichtjes voor en achter ons met toch 45 km/u gaat het bergafwaarts hier en daar moet je naast de kuilen de gevallen bidonnen ontwijken en een aantal renners staan al langs de kant van de weg met pech. Gelukkig geen valpartijen, Niels rijdt ergens voor mij, wij hebben afgesproken bij Chris op elkaar te wachten en daar ons te ontdoen van de regenkleding. Bij de supermarche zie ik Niels bij de volgwagen, ik trek mijn regenkleding uit en samen gaan wij verder. iets voor ons rijdt een groepje renners die een lekker tempo rijden. Ik zeg tegen Niels hier aansluiten en niet op kop komen dit zijn kilometers die je cadeau krijgt zo in het wiel tot de eerste serieuze berg.

Aan de voet van de Col de Montets na 77,8 kilometer gaan deze mannen aan de kant hun regenkleding uittrekken en wij besluiten door te rijden deze col is goed te doen maar negen kilometer lang. In een rustig tempo rijden wij zij aan zij omhoog. Op de top passeren wij de landsgrens van Frankrijk en dalen af in Zwitserland. na een korte afdaling volgt de col de Forclaz op 96,4 kilometer halverwege nemen wij even de tijd voor een sanitaire stop, een goed teken, dat betekent in ieder geval dat wij genoeg drinken. Verse bidons worden aangereikt door Chris die op strategische plekken de auto heeft geparkeerd zodat hij ons regelmatig kan bevoorraden. Tijdens de beklimmingen rijdt er nog een groot peloton omhoog. Na de afdaling volgt het tweede bevoorradingspunt van de organisatie op 109 kilometer waar wij voor 10.30 uur moeten passeren, wij zijn ruimschoots op tijd met 25 minuten vroeger. De volgende klim is naar Champex Lac een gemene kuitenbijter elf kilometer lang met stukken tot 12%, het haalt de jus uit de benen. Geen sprake meer van grote groepen die omhoog rijden maar eenlingen en soms kleine groepjes van drie, vier renners. Niels voelt zich sterk en rijdt een stuk voor mij uit, zelf probeer ik min of meer een tempo aan te houden waarvan ik denk kan je vol houden tot het eind. Boven sluit ik weer aan bij Niels en samen dalen wij af naar Orsieres.

Intussen kondigen donkere wolken de komst van regen aan. Het duurt niet lang dan krijgen wij een presentje van Pluvius.

Daar begint de beklimming naar het hoogste punt van de tour de Mont Blanc, Col du Grand Saint Bernard 2469 meter! een beklimming van zesentwintig kilometer lengte op de E27 gewoon een snelweg waar het verkeer, personenauto’s en vrachtverkeer met een bloedsnelheid de renners voorbij rijden. De eerste kilometers een lange rechte weg 7% die alle kracht uit de benen wegzuigt, Hier heeft Niels zijn eerste inzinking en nestelt zich in mijn wiel. Na een ellenlange tunnel worden wij van de snelweg naar een zijweg gedirigeerd die ons de laatste zes kilometer naar de top lijdt, potverdorie stukken van 10% zijn meer regel dan uitzondering. Niels klaagt over brandende voeten, ik ken het fenomeen, zelf heb ik een keer tijdens een tocht in de Vogezen op de col de Alsace zo’n brandende voeten gehad dat ik vlak onder de top bij kampeerders met mijn voeten in een afwasbak met water heb gestaan. Niels zegt dat hij moet afstappen om even zijn schoenen uit te trekken. Ik rij rustig door en zal op de top op hem wachten. Intussen kondigen donkere wolken de komst van regen aan. Het duurt niet lang dan krijgen wij een presentje van Pluvius. Niels komt niet lang na mij op de top waar Chris ons opvangt met droge kleding en regenjacks. Bij de bevoorradingspost nemen wij een soepje en wat brood, een welkome afwisseling na al die zoete sportvoeding en dorstlessers. Eten en drinken is heel belangrijk tijdens zo een lange uitputtende tocht als je dat niet op tijd en regelmatig doet kom je vroeg of laat de man met de hamer tegen. Wij hadden voor onderweg van die energierepen bij ons, heb je wel eens geprobeerd zo’n reep weg te werken tijdens een beklimming? nou ik wel, wat een gedoe! Ten eerste het papiertje er afhalen dat is al een heidens werk en dan moet je zorgen dat je die taaie hap fatsoenlijk wegwerkt, tja daar doe je dan een paar kilometer kauwend en proestend ademhalend over, wat een feest!

Regen dus op de top van de Col du Grand Saint Bernard. dik in de regenkleding en toch wel een beetje angst voor de afdaling in deze omstandigheden ronden wij de top en passeren de grens van Zwitserland naar Italië. Ik kan die Italianen wel zoenen, nu weet ik waarom ik zo graag in Italië verblijf, Geen regen de weg kurkdroog ongelooflijk zij hebben het voor elkaar gekregen een verbond te sluiten met de weergoden. Snelheden van 90 km/u halen wij tijdens deze mooie overzichtelijke afdaling die zeker 35 minuten duurt tijdens deze afdaling gebeurt er iets met je lijf wat je niet kunt gebruiken, door je houding tijdens het afdalen is het een belasting voor je rug, Niels had daar veel last van, zelf had ik ook een beetje last maar niet zo erg als Niels. Misschien of dat weet ik wel zeker waren wij niet de beste klimmers maar in het afdalen behoorde wij zeker tot de besten. bosjes renners passeerden wij in de afzink.

Natuurlijk antwoord ik dat het goed gaat maar mijn benen en rug protesteren gillen het uit: “Nee lul het gaat helemaal niet goed”

In het Aosta dal aangekomen volgde een tweeënveertig kilometer lange weg (vals) plat naar de volgende beklimming de Col du Petit Saint Bernard. Onderweg daarnaartoe laat ik mij verleiden op kop te rijden van een klein peloton zo’n man of tien. Te lang blijf ik het tempo aanvoeren en voordat ik het mij realiseer ben ik mijzelf aan het opeten. De Col du Petit Saint Bernard begint aangenaam, Niels geeft het tempo aan dat ik goed kan volgen een Belg zit op de bagagedrager en heeft op deze manier ook geen centje pijn. De haarspeldbochten volgen elkaar kort na elkaar op en Niels geniet er van. Met zijn 2188 meter hoogte is deze col niet de hoogste maar wel de langste beklimming drieëndertig kilometer lang. Op deze dijenkletser krijg ik te kampen met een inzinking, Niels rijdt bij mij weg tegenwind regen en hagel geselen ons vermoeide lijven. Vlak onder de top staat Chris, wat ben ik dankbaar dat hij daar staat, snel trek ik regenkleding aan en vervolg mijn weg naar de top waar Niels verkleumd op mij staat te wachten. Ondanks de regenkleding hebben wij het ijskoud in de afdaling en Niels heeft ontzettend pijn in zijn rug. voor 20.00 uur moet wij de controle post in Bourg Saint Maurice passeren anders is het feest afgelopen voor ons. In de afdaling geef ik het tempo aan en om 19.40 uur bereiken wij de controle/bevoorradingspost. Niels is helemaal op en heeft het koud en is misselijk. Na een korte stop waar wij een portie pasta eten, droge kleding aantrekken vertrekken wij om 19.55 uur voor de laatste twee cols. De Cormet de Roselend is de eerste twintig kilometer lang 1967 meter hoog 7% gemiddeld. Niels is er slecht aan toe en komt haast niet meer vooruit. Ik rij in mijn eigen tempo door en als ik Chris met de volgwagen passeer zeg ik tegen hem dat hij bij Niels moet blijven. Twee verse bidons in mijn houders en energierepen in mijn zakjes moeten mij helpen de top voor 22.30 uur te bereiken. Het grote afzien is begonnen. Halfweg de beklimming komt Chris in de volgwagen langszij en zegt dat Niels twee en een halve kilometer achter mij rijdt in gevecht met zichzelf. Chris ziet dat het met mij min of meer goed gaat en rijdt terug naar Niels die hij met cola en peptalk er weer bovenop helpt. Onderweg rijden busjes van de organisatie gevuld met opgevers mij voorbij, maar niet zonder eerst aan mij te vragen of het goed gaat, natuurlijk antwoord ik dat het goed gaat maar mijn benen en rug protesteren gillen het uit: “Nee lul het gaat helemaal niet goed”. Als ik nog drie kilometer verwijderd ben van de top zie ik onder mij in het duister twee renners rijden gevolgd door jawel Chris in de volgwagen de mannen bij schijnend in hun gevecht naar de top. Het gaat niet meer ik ben totaal kapot alleen de wil om uit te rijden houdt mij aan de praat. Nog een kilometer naar de top ik word op mijn rug getikt “kom op pa in mijn wiel” Niels en een renner in een shirt met korte mouwen en een enkele koersbroek passeren mij. Ik besluit mijn eigen tempo te rijden als ik maar op tijd op de top kom. potverdorie ik zie de wereld voor een doedelzak aan en wat duurt zo’n armzalige kilometer toch lang als je kapot zit. 22.25 bereik ik de top net op tijd. De soep smaakt heerlijk bij de bevoorradingspost en helpt mij er weer een beetje bovenop. In de afdaling rijdt een wagen met zwaailicht en schijnwerpers achter ons om bij te lichten ondanks de duisternis dalen wij met z’n drieën snel naar beneden, het is wel oppassen want na elke bocht kan er een haarspeldbocht volgen en wij willen zeker niet over de reling kukelen. Wel spannend zo een hele karavaan volgers achter je aan maar ik was toch blij dat ik uiteindelijk heel beneden ben gekomen.

Tot overmaat van ramp viel mijn licht ook uit dus niet alleen mijn batterij was op maar ook die van mijn fietslamp.

De laatste klim Col de les Saisies mijn verwachting en hoop was een korte beklimming, helaas ijdele hoop, veertien kilometer lang met een paar gemene steile passages van 12% In het donker zoek ik naar de stenenpaaltjes met een geel kopje waarop de naam van de col, de afstand tot de top en het stijgingspercentage vermeld staat. Sneller dan 6 km/u kan ik niet meer heb je een idee hoelang het dan duurt voordat je het volgende paaltje zie, nee? nou dan moet je een keer de tour de Mont Blanc rijden. Tot overmaat van ramp viel mijn licht ook uit dus niet alleen mijn batterij was op maar ook die van mijn fietslamp. Niels toch redelijk hersteld na zijn inzinking kon nog een goed tempo rijden en langzaam zag ik zijn rode achter licht steeds verder van mij vandaan. Gelukkig dat ik in goed gezelschap was van de jurywagen, de bezemwagen en onze bloedeigen kanjer Chris in de volgwagen en weet je wat zelfs die Yeti van mij begon te protesteren de versnellingsplaten werden te warm en waarschuwingslampen begonnen op het dashboard te branden. Het bord Saisies in zicht Niels staat langs de kant op mij te wachten om samen over de finish te rijden, nog een kilometer met een waas voor mijn ogen in uiterste inspanning passeren wij zondagmorgen om 00.50 uur de opblaasbare finishboog opgewacht door een ontvangst comité bestaande uit de directeur sportief, de burgemeester en een twintigtal vrijwilligers die staan te popelen om de finishboog leeg te laten lopen en de boel op te ruimen. Op het moment dat wij de medaille krijgen omgehangen en de polo met finisher krijgen uitgereikt hoor ik de finishboog achter mij leeglopen. De uitdaging aangegaan en gehaald met dank aan Chris zonder hem hadden wij het nooit gered. Niels ik ben trots op je wat een wilskracht om die negentig kilo over die toppen te hijsen en je niet uit het veld te laten slaan door tegenslag en inzinkingen.

Tot slot, ik heb genoten van elke second maar sommige dingen moet je maar eens in je leven doen en dit is er een.