Tactic Bikeplanet Amacx Cool & Heat

Als je de warmte van het koude staal mist

[door Ed Bosse]
Wielrenner Il Campionissimo vertelt hoe hij besmet werd met het wielerbacil. Hij heeft een fiets van carbon maar mist de warmte van een stalen fiets.

Als je de warmte van het koude staal mist

Twee wielen met daartussen een constructie wat wij frame noemen, een stuur, trappers en een ketting, meer is het eigenlijk niet. Miljoenen mensen gebruiken dit samenraapsel wat wij fiets noemen om boodschappen te doen, naar het werk te rijden, op vakantie te gaan enzovoort. Dan heb je ook nog van die achterlijke gladiolen die zich wielrenners noemen, net zo iets als hardlopers. Het gaat dus over het snel verplaatsen van een lichaam met behulp van een samenraapsel wat wij fiets noemen.

Wielrenners kunnen gepassioneerd over hun eigen samenraapsel vertellen. De aanleiding is vaak een opmerking van een collega wielrenner ‘mooie fiets’. Meteen wordt dan ingezoomd op de onderdelen van het samenraapsel want dit bepaalt het waardeoordeel, de schoonheid, het gewicht en de snelheid van de fiets. De snelheid is natuurlijk sterk afhankelijk van het lichaam, de souplesse en kracht van de berijder, maar toch het scheelt of je met een fiets van 12 kilo of een fiets van 6 kilo een viaduct op rijdt.

De constructie (frame) en het materiaal van de fiets is veranderd in de loop van de tijd. Omdat het lichter en stijver moet. Mijn eerste racefiets, een Gitane was opgebouwd rond een stalen frame, gekocht bij een rijwielhandelaar in de eerste van Swindenstraat in Amsterdam. Voor mijn werk moest ik 80 kilometer fietsen als proeve van bekwaamheid voor het vak van brandweerman. Als beroepsbrandweerman in Amsterdam hadden wij altijd de beschikking over voertuigen met een gaspedaal die veel herrie en blauw licht produceerden om snel ter plaatse te komen, dus het nut van die proeve van bekwaamheid op de fiets is mij nooit helemaal duidelijk geworden. Maar ik dwaal af.

Die eerste racefiets was zwaar, ik kreeg pijn in mijn kont en rug. Kortom hij paste niet. In alle onwetendheid had ik mij wat laten aansmeren door een rijwielhandelaar die er eigenlijk ook geen verstand van had. Gek genoeg bleek ik wel besmet door het wielerbacil. In mijn zoektocht naar een echte racefiets kwam ik terecht bij Jan de Reus in Zwanenburg. Het vakmanschap straalde er van af. Ik werd opgemeten en zo kocht ik mijn eerste op maat gemaakte stalen racefiets. Jan verzamelde de Reynolds buizen en laste die tot een frame, een echte Reus, rood met verchroomde voorvork en verbindingstukken, opgebouwd met Campagnolo Super Record. Toen die klaar was en ik hem ging ophalen was het liefde op het eerste gezicht. En wat een genot om op te rijden. Comfortabel, mooi en op maat gemaakt en dat merk je. Ik kon uren met die fiets bezig zijn poetsen totdat ik mijn haar erin kon kammen of er gewoon naar kijken als naar een kunstwerk.

De techniek schrijdt voort en aluminium als materiaal voor het frame doet zijn intrede. Want: lichter dan staal (toen) en stijver dan staal. Ook van titanium, een materiaal dat in de ruimtevaart gebruikt werd, maakte men frames. Ook ik ben overstag gegaan en heb gebruik gemaakt van deze materialen als basis van de racefiets, gek genoeg miste ik het gevoel, ‘de hand van de meester’ als of het een kopie van een kunstwerk was.

Tegenwoordig rijd ik op een kunststof frame (carbon) opgebouwd met Shimano Dura-Ace, super licht, stijf, functioneel maar zonder karakter, wij hebben geen relatie, het is een gebruiksvoorwerp.

Soms mis ik de warmte van het koude staal…