Wieler-topfysioloog Jos Geijsel over trainen op Sloten

[door Jos Geijsel]

Wieler-topfysioloog Jos Geijsel over trainen op Sloten

Het wordt drukker op de weg: fietsen raakt meer-en-meer in. Het grote voordeel van fietsen is, dat het een low-impact sport is; dat wil zeggen, je krijgt er geen harde spierpijn van. Ook gewrichten worden amper belast. Er is geen sport, waarvan je zo snel herstelt, als van fietsen. Vele uren per dag fietsen en dag-in, dag uit; welke andere sport kent dit?

Met deze voordelen zouden meer fietsers aan wedstrijden kunnen deelnemen. Natuurlijk: in wedstrijden bestaan er kansen op valpartijen. Maar iedereen weet ook, wat er aan valpartijen gebeurt in trainingsritten, cyclo-sportieve ritten als Amstel Gold Race, Elfstedenfietstocht, Gerrie Knetemann Classic, enz. In deze cyclo’s hanteren sommige (groepen) een hoog tempo op fietspaden en verkeerswegen. Zo hoog zelfs, dat zij voor hetzelfde geld mee zouden kunnen komen in wedstrijden. Vaak realiseert men zich dan niet meer dat deze cyclo-toertochten gewoon op de openbare weg plaatsvinden. Het risico op valpartijen is dan eigenlijk groter vergeleken met koersen op een veilig, makkelijk clubparkoers. Daar staat tegenover, dat wedstrijden op clubparkoersen, vaak zwaar worden door haakse bochten, die piekmomenten vergen. Dit kan een grote drempel voor de wielrennende veteraan zijn.

Jos Geijsel

SLOTEN: het was/is het eerste afgesloten wielerparkoers van Nederland (sinds 1974). Het grote succes van WVA op Sloten (grootste wielerclub van Nederland) is, dat er geen haakse bochten zijn. Herhaaldelijk aanzetten uit haakse bochten is slopend; zeker voor de minderen. Lossen na een paar ronden is voor niemand leuk. Die komen de volgende keer niet weer. Het schrikt af. Bijna alle andere clubparkoersen in Nederland, die na Sloten kwamen, kennen “haakse” bochten. Leuk, voor een paar goede rijders. Maar niet voor de “massa”.

Om clubparkoersen voor grotere aantallen jong-en-oud duurzaam aantrekkelijk te houden: Maak minder haakse bochten in de clubparkoersen. Bij renovaties: haal de haakse bochten eruit of zorg voor een “hybride” parkoers, zoals bij Wheelerplanet (buiten-om) of bij de Nedereindse Berg (onderlangs). Het zal meer jeugd en ouderen –duurzamer – naar de clubs blijven trekken. Een en ander geldt ook voor 180 graden bochten en meerdere glooiende bochten kort achter elkaar. Ook dan ontstaat geen buik van een peleton. Juist door zo’n buik kunnen velen volgen en de wedstrijd uitdoen. En die komen terug: het succes van Sloten.

“Je wordt geen coureur op Sloten”

Neen, wanneer je inderdaad de hele wedstrijd in de buik van het peloton blijft. Ja, wanneer je de courage hebt om de hele wedstrijd in de top-10 te blijven rijden. Clubparkoersen zouden met weinig bochten aangelegd dienen te worden: eenvoudig voor starters. Wanneer je op eenvoudige clubparkoersen beter wordt, kun je overstappen naar zwaardere club –en dorps parkoersen. Veteranen op leeftijd hebben hun sporen verdiend. Zo zeer zelfs, dat zij zichzelf Masters mogen noemen. Meesters in het slimmer omgaan met wedstrijden. En luisteren naar hun lichaam. Bij de een meer dan bij de ander; maar gewrichten, kapsels en banden worden na 40+ stijver door kalkafzetting. Dat geldt ook voor de bloedvaten. Ook die worden stugger en minder elastisch.

Daar moet je slim mee omgaan; rustig(er) vertrekken. De woorden van de WVA-Voorzitter op Sloten (een 50-plusser): “ik hoop, dat ze niet als gekken vertrekken”. “Na een kwartier mogen zij met het tempo doen, wat zij willen”. Is een infietsen een oplossing? Na het warmfietsen duurt het toch gauw minimaal 5 of 10 minuten voor er gestart wordt. Dan raak je weer heel wat lichaamswarmte kwijt, zeker in voor en najaar. Dan verstijven de vaatwanden weer wat. Aanpassing en herstel duren bij ouderen nu eenmaal langer dan bij jongeren. Gewoon slim mee om gaan.

Kijk van nature eens, hoe een groep kinderen start. Zij gaan altijd spontaan sprintend van start, immers alles is soepel. En past zich van de ene op de andere seconde aan. Kijk, hoe eens, hoe veteranen starten op een makkelijk parkoers. Gezapig van start. Wanneer de spieren en de lichaamstemperatuur warmer worden, verwijden de ietwat verkalkte bloedvaten zich. En worden elastischer. Het hart krijgt dan meer liters bloed aangevoerd. En kan dan meer verpompen. Meer bloed betekent ook meer zuurstof in de spieren. En het betekent ook, meer vermogen kunnen leveren. Het opwarmen duurt zo’n 10 tot 15 minuten, afhankelijk van weer en wind. Een veteranen koers wordt een master koers, wanneer er gedoseerd vertrokken wordt;

Masters zijn slim en worden slimmer.

1, 2 of 3 “loze” ronden, een en ander afhankelijk van de lengte van het parcours. En handhaaf een strikt aanvangstempo; bv 30km/uur op een zwaar parkoers en 35km/uur op een licht parkoers. Een dergelijk concept geldt al iedere zondagochtend 10:00 uur bij de wedstrijden van de Kampioen op Wheelerplanet. Bij WVA op Sloten fietsende 50+ en 60+ artsen (Jeroen Hamer en Rob Bohte) omarmen dit master-concept. Masters zijn slim en worden slimmer. Zij luisteren naar hun lichaam. Met een makkelijker parkoers wordt het rijden van fietswedstrijden voor jong-en-oud duurzamer en veel meer jaren aantrekkelijk. Clubs en KNWU zouden zo aan ledenaantallen winnen. Fietsen is in. Maak het blijvend deelnemen aan fietswedstrijden aantrekkelijker voor iedereen.

Trainen en koersen voor de master-liefhebbers:
  1. Vanaf maart tot en met juni 2017 organiseren de KNWU Districten NoordHolland, ZuidHolland en Midden op Sloten Amsterdam iedere woensdag namiddag van 16:30 tot 17:30 uur interval-souplesse trainingen. Onder leiding van Tim Veldt en Jos Geijsel. Iedere basis licentie houder, is welkom. Leeftijd doet er niet toe. Er wordt in nivo groepen Souplesse en snelheidsintervallen gedaan. Gewoon komen kijken cq meedoen.
  2. Woensdag 13, 20 en 27 september 2017: en Woensdag 4, 11, 18 en 25 oktober 2017: iedere woensdagnamiddag van 17:00 tot 18:15 uur Masterwedstrijden voor 50+, 60+, 70+. Volgens het nieuwe masterconcept, zoals hierboven beschreven staat. Vanaf 18.00u. wordt er per categorie om de 2 ronden afgesprint.

Dit artikel verscheen in februari 2017 in de FAKKEL: het verenigingsblad van Veteranen50plus en werd geschreven door Jos Geijsel, wieler-topfysioloog. Met medewerking van Rob Bohte en Jeroen Hamer.