beZIELddoor ;  Theo de Rooij.

Vloekend stapte hij af.  Na meer dan 200 km. op kop had de Panasonic-renner Theo de Rooij het helemaal gehad met de wielerklassieker Parijs Roubaix van 1985.  Voor de televisiecamera’s van CBS hekelde hij de race (‘onzin’ en ‘een grote hoop stront’),  maar beantwoordde de vraag of hij ooit weer zou deelnemen wel met ; ‘Natuurlijk. Het is de mooiste wedstrijd die er bestaat.’  De uitspraak staat op hde Engelstalige Wikipedia pagina over de wielerklassieker.  Het bij behorende verhaal is te vinden in het boek beZIELd, dat de Rooij schreef over zijn ervaringen als wielrenner en ploegleider.  Naast de vele anekdotes is er in het boek ook ruimte voor de beruchte zaak Rasmussen.  Als manager van de RABObankploeg verdedigde de Rooij in 2007 geletruidrager Michael Rasmussen, maar haalde de Deen na bewezen leugens toch uit de Tour. Nieuwe inzichten worden niet gegeven, al laat  de opgestapte de Rooij in zijn reconstructie wel doorschemeren  dat hij moeite heeft met de rol van slachtoffer.   Zo schrijft hij over een gesprek met een vertegenwoordiger van de raad van Commissarissen van de RABObank, waarin de Rooij alle verantwoordelijkheid opeist ; ‘achteraf stelde ik vast dat het een gesprek was , dat ik nooit zonder advocaat gevoerd zou moeten hebben.’   Te bestellen via ;  www.royalsportmanagement .nl  prijs ; 18,95.

 

 

 

 

 

Marc de Coster ; Groot wielerwoordenboek.   Uitg. Thomas Rap prijs 24,90

van Dale’s  wielersportwoordenboek.  Uitg. van Dale.  Prijs ; 22,50

 

Ooit was het een geliefd item bij cabaretiers.  De persiflage van een interview met een wielrenner na een koers. Het leverde vanwege het specifieke taalgebruik altijd wel een lach op. Met de verschijning van een tweetal woordenboeken lijkt een dergelijke scetch niet langer mogelijk. Vreemde wielertermen zoek je nu gewoon even op.  Of in de nieuwe uitgave van het in 1989 verschenen Wielerwoordennboek  van Marc Coster.  Uitgebreid en voorzien van fijne verwijzingen naar de (kranten)verhalen, waarin de betreffende term te vinden is.  De dikte en de hoeveelheid woorden rechtvaardigt de toevoeging ‘Groot’.  Je kunt ook zoeken in  het Van Dale wielersportwoordenboek met eenzelfde opbouw ;  uitleg van woorden met verwijzingen. Hier biedt samensteller Jan Luitzen ook korte lemma’s met extra achtergrondinformatie en mooie tekeningen. Het is zijn derde sportwoordenboek ; nu al een lovenswaardige prestatie.  In de toekomst krijgen nog meer sporten hun eigen woordenboek.  Conclusie ?  Tijdens het telvisie kijken of radio luisteren is het noodzakelijk om beide (echt waar !) woordenboeken binnen handbereik te hebben liggen.  Termen als  gonfleur’, ‘kloefen afsmijten’ of ‘verachteren’ horen en dan niet weten wat het is ?  In deze tijden van het nieuwe wielrennen moet je daar toch niet aan denken.