Weerstand………..welke dan ???
Nog steeds bestaan er bij grote groepen wielrenners
misverstanden over de rolweerstand en
het bandenprofiel. Bij banden voor de
racefiets zijn een aantal factoren belangrijk.
Dat zijn in volgorde van (mijn) belangrijkheid ; ‘gripp’, rolweerstand,
lekbestendigheid, comfort, gewicht en duurzaamheid. Het liefst zou je als wielrenner natuurlijk
willen dat een band op alle aspecten even hoog scoort. Het vervelende doet zich voor dat er een
tegenstrijdigheid zit tussen ‘gripp’ en een lage rolweerstand. De meeste bandenfabrikanten sluiten een goed
compromis door in een band méér dan één rubbersoort te gebruiken. Het gaat dan
dual- of double compound heten. Een band
die super duurzaam (slijtvast) is, heeft automatisch minder comfort en
‘gripp’. De éne kwaliteit gaat dus
meestal ten koste van de andere en de kunst is om een band te vinden die een
goed compromis biedt op alle voor iedere renner verschillende kwaliteiten. Daarnaast zijn er natuurlijk ook nog
tijdrit-, baan, klim en andere soorten
banden. Maar genoeg nu over banden,
daarover straks nog een paar opmerkingen.
De rolweerstand van een band speelt namelijk een betrekkelijk geringe rol bij
het fietsen. Je kunt de beste en veelal
duurste tubes met latex binnenbanden laten kitten maar bij het fietsen heb je
meer te maken met luchtweerstand en stijgingsweerstand dan met
rolweerstand. Bij een snelheid van 32
kilometer per uur is de (gemiddelde) rolweerstand ongeveer 50 watt, afhankelijk van aërodynamica, gewicht en zithouding. De luchtweerstand is dan al bijna vier keer
zo groot (circa 225 watt) en bij een helling van 5 % is de stijgingsweerstand
meer dan zes keer zo groot (circa 325 watt).
Bij gelijke bandenspanning heeft een bredere band zelfs een lagere
rolweerstand dan een smallere band. Voor
een gelijke rolweerstand heeft een smallere band dus een hogere bandenspanning
nodig en dat gaat dan duidelijk ten koste van het rij-comfort. Dit komt omdat
een smalle band bij gelijke spanning een langer contactvlak met de weg
heeft. Dit is dan de langere ‘last-arm’ die de rolbeweging van de band
tegenwerkt. Een ook nog steeds heersend misverstand is ook
dat een profielloze band minder ‘gripp’ heeft op de weg. Het tégendeel blijkt na langdurig onderzoek
dat bandenfabrikanten laten uitvoeren, het geval. Op een vaste ondergrond (zoals asfalt,
klinkers e.d.) heeft een profielloze band beduidend meer ‘gripp’ dan een band
mét profiel. Op een losse ondergrond
ligt de situatie weer anders en dat is de reden waarom ATB banden een
(noppen-)profiel hebben. Een autoband
heeft profiel om bij nat weer het water af te kunnen voeren zodat geen aqua
planing ontstaat. De band van een
racefiets is zo smal dat dat effect in het geheel niet optreedt. Een band van een race fiets ‘snijdt ‘als het
ware door dat laagje water heen.