Tijdrijden verbeteren….???

 

Zelf ben ik niet meer dan een aardige meerijder en als ik ‘op Sloten’ een paar keer per jaar bij de eerste 10 aankom dan is mijn seizoen voor wat betreft wedstrijden al lang geslaagd. Ergens anders heb ik nog nooit gereden….   De echte hoogtepunten zijn toch nog steeds ritten als de Zuiderzeeroute (430 km.) en de Elfsteden (250 km.) of een lange rit  in het uiterste zuiden van ons landje. En dat allemaal met een paar maatjes en niet in breedschalig georganiseerd verband.  Tijdrijden…….geen idee van, een discipline op zich ! Je krachten verdelen zeggen ze. Niet over houden aan het eind en jezelf niet opblazen in het begin ; maar dat is logisch hè ?….. je hoort het Johan Cruyff al zeggen want is hij niet degene die overal verstand van heeft ?  Ik heb dat tijdrijden wel eens geoefend in alle anonimiteit op de baan.  Eerst eens 500 meter staande start en dan ook nog eens een kilometer. En dat in een afwisselende reeks met voldoende pauzes om je hartslag weer op peil te krijgen. Aan de achtervol-

gings begon ik al niet eens meer want ik was om het in de terminologie van Gerrie Knetemann te zeggen ‘al helemaal uitgewoond…….’

Hoe kan ik dan toch dat tijdrijden verbeteren, vroeg ik me af en ging te rade bij niemand minder dan Jens Mouris.  Hij ston bij te praten bij Gerrit de Haan in de winkel aan het Hogereinde Zuid.  Tijdrijden is zoals klimmen en spurten iets wat je kunt of iets wat je niet kan, zegt hij. De essentie zit hem namelijk in je genen en dus in je spieren. Kleine geblokte mennekes met een explosieve aard kunnen schitteren in een korte tijdrit, maar in tijdritten van de lange adem  wordt het te lastig voor ze.  Je hebt ook de échte tijdrijder die dan ook bijna niets anders (écht) goed beheerst.  Het gevaarlijke en bezwaarlijke aan het specifiek trainen op tijdrijden is dat je je constitutie als renner een beetje verandert.  Denk maar eens aan mooie Mario Cipollini die heeft geprobeerd zichzelf te transformeren van een rasspurter in een klassieke ronderenner.  Ook Jerommeke Blijlevens waagde een poging maar moest na een paar jaar zijn ongelijk bekennen.  Klimmers die hun tijdrijden willen verbeteren boeten in aan klimcapaciteiten. Het is zoals Wim van der Kaaij van de Fa. RIH het

zei ; Je moet datgene doen waar je goed in bent….de rest komt dan vanzelf ! 

Jens weidt uit en specificeert verder ;  wie wel kan tijdrijden, moet eerst grondig zijn overslagpols laten vaststellen.  Is die bijvoorbeeld 165, dan is dát ook de hartslag waarop je veel van je (tijdrit-)trainingen doet.  Testen hebben bij mij (Jens dus) uiitgewezen dat een renner ongeveer 5 kwartier tegen die hartslag kan fietsen.  Het probleem is natuurlijk dat je altijd onder andere omstandigheden rijdt tijdens een training.  En verder moet je het je je lichaam eigen maken, juist je spieren oriënteren heet dat in België.  Je begint in tijdrittrainingen met  afstanden van10 kilometer en eindigt maanden later met 60 kilometer. Je zult merken dat de progressie in het begin aanmerkelijk is maar steeds langzamer gaat. Het vraagt dus veel discipline hoor…!! Ook is de versnelling die je trapt belangrijk.  Tijdrijden is immers de hoogst mogelijke snelheid ontwikkelen met de grootst mogelijke  versnelling oftewel ; met zo min mogelijk inspanning de grootste afstand overbruggen, net als bij  het schaatsen !  Wel belangrijk is de soepelheid en de stijl waarin je dat doet. Bij het tijdrijden is het devies ; zo stil mogelijk op je karretje blijven zitten en je benen het werk laten doen. Klinkt simpel hè ? maar je moet eens kijken hoe bijna iedereen aan z’n stuur trekt én dat leidt tot krachtverlies.  Dus rondom de 110 omwentelingen per minuut, dat is hetgeen je moet nastreven tot je tevreden bent over je prestatie en dan…… je meten aan anderen en tevreden zijn over je prestatie…!!!