Tegen de klok in rijden en toch……… vooruit komen !

 

Tijdens de afgelopen 6-daagse van Amsterdam had ik het voorrecht een avond als V.I.P. mee te maken. Op uitnodiging van een  RTV-NH regisseur  prikte ik een vorkje mee tijdens dit genoeglijk avondje wielrennen in een bruin café zoals Frank Boele het pleegt uit te drukken.

Nu heb ik de nodige 6-daagsen gezien en ook veel aan gasten uitgelegd hoe één en ander werkt. Veelal ging het dan om puntentelling, materiaal of fietstechniek.  Techniek in de zin van met welk verzet  gereden wordt of waarom men met een dicht achterwiel rijdt. Dat valt dan nog uit te leggen maar nu ontspon zich een discussie rond de vraag waarom er tegen de klok in gereden wordt terwijl de wintertijd net was ingegaan en de klok dus al een uur was teruggezet.   Eerst de vraag bij welke sporten óók tegen de wijzers van de klok in sport wordt beoefend en dat levert al snel een rijtje op met de volgende sporten ; paarden- en hondenrennen,  atletiek en schaatsen.  Zelfs bij  een molen draaien de wieken nog tegen de klokrichting in. Dat het water op het noordelijk halfrond tegen de klok indraait, als je de stop uit de wasbak trekt, laat zich met een natuurkundige wet verklaren maar dan nu de (baan-)sporten……..Die radio en televisiemensen zijn niet voor één gat te vangen en zeker niet snel overtuigd van het ‘gelijk’ van een ander. Patrick  Sercu,  de  6-daagse KEIZER,  komt langs gelopen en meldt ons dat hij denkt dat het met de ligging van ons hart te maken heeft maar  da’s  in een opwelling gedacht hoor’ zegt hij. We zien hem nog even (na-)denken en met een bedenkelijk gezicht probeert hij het nog eens, want hij merkt waarschijnlijk dat deze kritische media-jongens niet snel tevreden zijn.  ‘Waarschijnlijk is het ook gemakkelijker om van links naar rechts te rijden maar zeker weten doe ik óók dat al niet. Ga eens naar Rogier de Martelaere. Die heeft een boek geschreven over de geschiedenis van de 6-daagse’.   Maar wat een simpele vraag al niet teweeg kan brengen.  Eén gek kan dus meer vragen, dan honderd wijzen kunnen beantwoorden.  Maar vrijwel ieder parcours gaat ook tegen de klok in en zelfs bij het veldrijden is dat zo, bedenken we onder het genot van een bitterbal.  De Martelaere trekt een stoel bij en gaat op z’n piste-praatstoel zitten.  Amai hé zulle : de bloeddruk, de longen, het hart, het crankstel dat rechts zit,……..meer dan 100 verklaringen heb ik al gehoord maar neem van mij aan, er is op de wielerbaan maar één logische verklaring ;  het heeft met de veiligheid tijdens de aflossing te maken. Dat kan alleen maar tegen de wijzers van de klok in. Stel dat renner A zijn ploegmaat (renner B dus) tijdens een koppelkoers, madison of ploegkoers moet gaan aflossen.  Het reglement vereist tegenwoordig dat dit met de handaflossing gebeurt. (Een uitvinding van Peter Post overigens !)  Om op volle snelheid te kunnen geraken moet renner A,  die rustig boven in de piste rijdt,  naar beneden sturen en zo de fakkel overnemen.  Dan zijn er bij die wissel 2 zaken van essentieel belang zegt de Martelaere ; ten eerste dat de renner die overneemt en dus onmiddellijk full-speed verder moet, dat zo veilig mogelijk kan doen.  Omdat veruit de meeste renners rechtshandig zijn is het dus het beste en veiligste dat hij de rechter hand aan het stuur kan houden en de linker dan vrij heeft voor de aflossing.  En het stuurt ook nog eens het meest stabiel !

Reden 2 heeft ook met de rechterhand te maken maar in dit geval bij degene die afgelost wórdt….. en zijn ploegmaat een zo sterk mogelijk push of slinger voorwaarts wil geven.  Als de renner die wordt afgelost met de rechterhand zijn ploegmaat  een slinger geeft, kan dat met de rechterhand krachtiger dan met links. Dit tegen de klok inrijden gaat al ruim100 jaar zo. Vooral vanaf het verbod om op de openbare weg hard te fietsen,  werden er stenen rolschaatsbanen schuin opgehoogd waarop dan werd gereden. Rolschaatsen was een hype tussen 1880 en 1910 !  Vanwege de gammele constructie van deze banen en instortingen werden  er al snel houten wielerbanen aangelegd. In 1910  stonden er in Nederland zo’n 70 en in België waren dat  ruim 100 banen. Van protest door linkshandige coureurs heeft de Martelaere nog nooit iets gehoord of….. gelezen……(????)

Maar nu dat verhaal over de wieken van de molen. De eerste water- en koren molens draaiden in Nederland al in  het jaar1400.  Eerst werd er wel koren gemalen met de hand en dan was het handig om je met de linkerhand aan een maalpaal vast te houden en dan met de rechterhand en tegen de klok in te draaien. Zo ontstond een draaimechanisme dat bij windaandrijving ook tegen de wijzers in draaide. De natuurlijke vijzel of maal-draai beweging bleek dus links-om en tegen de wijzerrichting van de klok in. Andersom draaien lukt  bijna niet.  Vergelijk het maar met  applaudisseren, wanneer je gewend bent om met  je rechterhand in je linker te klappen dan is het tegenovergestelde (als je dat eens probeert) reuze onnatuurlijk. Denk daar ook maar eens aan wanneer je door de Beemster of  Schermer rijdt (en jij de kleine molen draait) en daar de grote molens met hun wieken tegen de wijzers van de klok in ziet draaien. 

De vroegste verklaring die ooit is beschreven is de volgende en stamt uit de Griekse, klassieke en Olympische Oudheid.   De Olympische Spelen en wedstrijden hadden een godsdienstige betekenis die  een sterke betrekking hadden op de dood.  Sportbeoefening ging vaak op leven en dood. De dood of de gladiolen (gladiatoren).  De rituele kringloop die de dood symboliseert liep linksom en de kringloop van het leven liep rechtsom.  Dit had te maken met de idee dat de Grieken hadden van de draai-richting van de zon.  Die draairichting interpreteerde men destijds als linksom.  Atletiek en paardenrennen ging dus ook linksom.

Een modernere verklaring is ; een sporter gaat een strijd aan met zichzelf, zijn tegenstander en de tijd.  Deze strijd tegen de tijd komt dan ook tot uitdrukking in de draairichting van de

klok ; linksom en dus tegen de richting van de wijzers in.

Vriendelijke en sportieve groten,  Han Wind.