Rode cellen, witte cellen.

Bloedgoed, bloedheet, bloedmooi, bloedrood, bloed zweten, bloed ruiken, kwaad bloed, blauw bloed, bloedlink, bloeddorstig, bloednerveus, bloedhekel, een bloedvaart, bloedblaar, bloedbad, kwaad bloed, bloed aan de paal, bloedbroeder en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Voor ons bloedeigen W.V.A. maar eens achter het toetsenbord gekropen toen iemand mij vroeg waarom bloed nu eigenlijk rood van kleur is.  Een onverwachte en misschien wat rare vraag maar wel één met een heel simpel antwoord. Ook een vraag die net een kort artikeltje oplevert voor het clubblad want het hoeven natuurlijk niet altijd hele epistels te worden.  Eerst maar eens kijken hoeveel W.V.A. bloed er door onze aderen stroomt dan beantwoord ik straks wel de feitelijke vraag.  De normale hoeveelheid bloed maakt ongeveer één 14-e van ons totale lichaamsgewicht uit. Een gemiddelde man (en die lopen er écht rond hoor..!) heeft ongeveer 5 liter bloed en een vrouw ‘iets’ minder.  45 % van het totale bloedvolume bestaat uit verschillende cellen met allemaal een aparte taak. De verhouding tussen bloedlichaampjes en bloedvloeistof (plasma) heet hematocriet en hoe meer bloedlichaampjes je hebt des te stroperiger je bloed is. De UCI haalt je om gezondheidsredenen uit koers als het hematocriet te hoog wordt. Een verhoogde waarde kan dus duiden op gebruik van EPO. EPO zorgt voor verhoogde aanmaak van rode bloedcellen. EPO wordt normaal aangemaakt door de nieren.
Je hebt dus twee liter bloedcellen en drie liter plasma. Dit plasma bestaat voornamelijk uit water met eiwitten, zouten en suikers en fungeert als transporteur van de bloedcellen. Wat er ook in ons bloed zit zijn de voedingsstoffen uit het voedsel dat we eten. Via de wanden van de darmen worden die in ons bloed

gebracht. Een klein deel ervan kan direct opgenomen worden in de cellen, maar de rest moet eerst worden omgezet door de ‘chemische fabriekjes’  zoals de lever en de andere organen. Pas daarna kan het lichaam er gebruik van maken. Vast gegeven is dat de bloedlichaampjes snel sterven.  Dagelijks moeten er zo’n 350 (9 nullen !) miljard van   worden vervangen. De moedercellen die wél een lang leven leiden zorgen daarvoor. Deze oercellen vind je in het beenmerg en beenmerg vind je vooral in platte botten zoals het borstbeen. Op iedere 10.000 cellen is er 1 moedercel.

Sinds begin 1900 weet men dat er wel 200 bloedgroepen bestaan. Het bekende ABO- systeem onderscheidt 4 groepen ; A, B, AB en O. De bloedgroep is belangrijk wanneer je bloed toegediend moet krijgen na een ongeval of operatie.  Bloed van een verkeerde bloedgroep krijgen  is zo’n beetje als dieselolie in een benzinewagen gooien ; rampzalig !  Maar waarom is bloed nu rood ?  Heel simpel ; omdat rode bloedcellen gekleurd worden door een rood pigment dat hemoglobine heet. De cellen hebben een diameter van 0,007 mm en de cellen zien eruit als een kussentje met aan de onder- en bovenkant een deukje.  Hemoglobine haalt de  zuurstof op uit de longen en is dan de transporteur naar elke cel in het lichaam. Heel bijzonder is wel dat de rode kleur na de afgifte van de zuurstof verandert in donkerpaars. Na de zuurstofafgifte verzamelt het hemoglobine de koolzuur en brengt dat naar de longen waar het wordt uitgeademd.  De longcapaciteit(inhoud) is niet de meter voor de prestatie want dat is de VO2max.  Neem hierbij als voorbeeld een olietank.  Als die een geweldig grote inhoud heeft maar de erop aangesloten motor een klein vermogen, dan heb je aan de inhoud van de tank niet veel.   Omgekeerd moet de inhoud uiteraard groot genoeg zijn om de motor van voldoende brandstof te voorzien. Een goed getrainde wielrenner heeft een VO2max die rond de 75 ligt.  Door training treedt namelijk capillarisatie op, hetgeen wil zeggen dat er meer kleine bloedvaatjes gevormd worden in de spieren waardoor er een verhoogde afgifte van zuurstof mogelijk is.   In het beenmerg worden trouwens ook andere cellen uit (ook weer andere) moedercellen gevormd te weten de witte bloedcellen. Deze zijn er voor onze afweer en worden onderverdeeld in  granulocyten en lymfocyten. Ze zijn de aanvalstroepen in ons bloed. Granulocyten gaan indringers zoals bacteriën te lijf en de lymfocyten zijn betrokken bij de aanmaak van anti-stoffen.  Wie als sporter zijn bloed af en toe laat checken kan hier samen met zijn sportarts en of trainer belangrijke conclusies uit trekken en er mogelijk  trainings- of voedings consequenties aan verbinden.