De voorbeeldige renner:  Paul Metzemakers

‘Trainen? Nee, niet gedachteloos maar vrij associëren,

zoals tijdens het afwassen’.

 

Na een hartverscheurende valpartij op het parcours van Sloten vorig jaar mei werd het gastenboek van de website van WV-Amsterdam bestookt met bemoedigende berichten voor Paul Metzemakers en een aantal andere gekwetste renners. Ik nam me toen voor om Paul tijdens zijn revalidatie te interviewen. Je gaat zo’n ‘modelrenner’ toch missen als hij niet meer zijn wekelijkse wedstrijden rijdt. Niet dat hij luidruchtig aanwezig is (integendeel zelfs), maar hij is wel iemand bij wie vriendelijkheid en sportiviteit hoog in het vaandel staan. Dus naar de Van Ossstraat, alwaar ik hartelijk wordt ontvangen. ‘Ja, ja ik lees het clubblad altijd. Ik vind het heel leuk om zelf een keer te worden geïnterviewd’ meldt hij me tijdens een kop thee met stroopwafel.

‘De val van vorig jaar? Tsja, ik kan me elk detail herinneren. Het gebeurde in de laatste ronde van de nieuwelingen en dames. Vooraan viel het stil, het peloton schoof in elkaar, iemand reed tegen een achterwiel en ik kon een gevallen fiets niet meer ontwijken. Helaas heb ik er een flink letsel aan over gehouden: kneuzingen, schaafwonden en een heel nare pols- en elleboogfractuur. Mijn rechterarm zal nooit meer helemaal soepel functioneren, maar ik ben niet bang om weer te gaan wielrennen. Ik revalideer nog steeds, o.a. door te zwemmen, fysiotherapie en fitness-oefeningen. Ik zit sinds kort ook weer op de fiets en kijk uit naar de zomertijd, dan kun je na het werk weer een rondje Haarlemmermeer doen. Ik hoop tegen de zomer mijn rentree in het peloton te kunnen maken.’

‘Ik ben in ’71 geboren in Wormerveer. Vijf jaar later kreeg ik een zus, Saïdja, die overigens sinds anderhalf jaar een dochtertje heeft. Op mijn vijfde verhuisden we naar Hilversum. Of ik uit een wielernest kom? Nee, in het geheel niet! Mijn familie is a-sportief. Van nature heb ik een sportieve instelling. Ik ‘moet’ bewegen en energie lozen. Daarnaast houd ik van competitie, maar ben tegelijkertijd ook een team-player. Mijn opa, waar ik in de zomer vaak logeerde, keek wel graag naar de Tour de France. Ik raakte door dit evenement gefacineerd en kreeg op mijn elfde van hem een racefietsje. Op mijn 12-e werd ik licentiehouder bij de ‘Gooise Wielerclub de Adelaar’ en later bij ‘Tempo’ in Soest. Trainen deed ik niet zo vaak en systematisch als nu, maar ik reed wel elke dag naar mijn school in Zeist; een uur heen en een uur terug. Omdat ik nogal klein was en dus niet zo sterk als die grote polderjongens, kon ik niet goed meekomen in wedstrijden. Op mijn 17-e hield ik het wedstrijdwielrennen voor gezien, maar bleef wel regelmatig fietsen.’

‘Na het VWO ging ik economie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Mijn studentenkamer was bij een kunstenaarsechtpaar op de Overtoom. Ik heb ook nog even overwogen om naar de kunstacademie te gaan, maar ik had de indruk dat je daar vooral over je kunst moest kunnen vertellen terwijl ik liever ‘pretentieloos’ bezig wilde zijn. De laatste tijd houd ik me veel met fotografie bezig. Ik heb 10 jaar over mijn studie gedaan. Ja da’s best lang voor een studie die idealiter slechts vier jaar duurt.’ En dan vergoeilijkend: ‘Heb mijn studie een jaar onderbroken om te werken en te reizen en ben later ook in Seoul (Zuid-Korea) gaan studeren. Als student fietste ik nauwelijks. Na mijn afstuderen in 2002 vond ik werk als economisch onderzoeker en na anderhalf jaar begon ik aan een promotie-onderzoek bij de TU Delft. Dat was het toch niet helemaal en in 2006 solliciteerde ik bij de afdeling monetair beleid van De Nederlandsche Bank. Daar werk ik nog steeds met veel plezier en de economische crisis maakt het werk alleen maar boeiender.’

‘Via een vriend kwam ik na mijn studie weer in aanraking met de wielersport. In de warme zomer van 2003 ontdekte ik ‘Sloten’ en reed daar een paar wedstrijden bij de trimmers. Ik was gelijk weer ‘totally hooked’. Voor het seizoen 2004 heb ik toen een Amateur-B licentie aangevraagd en al snel rijd je dan 3 clubwedstrijden per week. De sfeer bij WV Amsterdam vind ik hartstikke relaxed. Prima georganiseerd met een relatief groot vrijwilligerskorps. Lekker dichtbij mijn huis ook. Toch is het voor mij vooral een faciliterende club, hoewel me de neiging wel eens bekruipt om ‘iets’ te gaan doen voor de vereniging. Ik denk dat het clubwielrennen altijd zal voortleven door de enthousiaste inzet van clubmensen, geholpen met een beetje sponsoring . WV Amsterdam is wat dat betreft helemaal mijn club.’

‘Mijn langere duurtrainingen doe ik met vrienden. Vaste rondjes zijn o.a. door de polder richting Katwijk aan zee of Scheveningen en via de duinen en het kopje van Bloemendaal terug naar Amsterdam of een rondje Markermeer. Klimmen gaat me ondanks mijn geringe gewicht niet goed af. Maar korte venijnige heuvels zoals in Limburg liggen mij als sprinter juist weer wel. Andere trainingen dan duurtrainingen doe ik eigenlijk niet. Intensiteit en kracht doe je wel ‘op Sloten’. Ja hoor, ik verdiep me wel in trainingsleer. Ik heb o.a. het boek van Marco van Bon gelezen. Ik heb er bijvoorbeeld van geleerd dat rust belangrijk is om sterker te worden en ook om niet overtraind te raken. Als de vorm op een gegeven moment goed is probeer ik met een aangepaste training een beetje naar een piek toewerken. Maar ik stel niet mijn hele seizoensopbouw af op een piekmoment, dat komt vanzelf wel. Omdat ik geen krachtfietser ben moet ik slim en vooral efficiënt rijden. Maar ik wil me niet alleen maar verschuilen. Als ik in een kopgroep zit probeer ik altijd naar vermogen mee te werken. Het vorige wegseizoen begon heel goed, deels ook omdat ik in de winter op de baan had gefietst. 

Ik heb veel geleerd door naar anderen te kijken. Je leert wie de goede renners zijn, zodat je weet wanneer je ‘mee moet’. Me kunnen optrekken aan anderen motiveert mij en zo kan ik mijn eigen grenzen verleggen.’

‘Waar ik het meest van geniet tijdens het fietsen? Tsjonge, da’s moeilijk onder woorden te brengen. In ieder geval de rust tijdens de trainingen, de ruimte buiten de stad en ‘het buiten zijn’. Nee, niet gedachteloos, maar de gedachten de vrije loop laten. Een beetje vrij associëren, dat je ook wel tijdens het afwassen overkomt. Het meest boeiend tijdens wedstrijden vind ik het spelletje. Alert zijn om wel of niet mee te springen bij demarrages. Maar ik geniet ook van de pure snelheid, de suizende wind rond je helm. En natuurlijk (hier spreekt de sprinter) de wedstrijddynamiek in de laatste ronde. Manoeuvreren, positioneren, dan het viaductje en het laatste rechte stuk………'

De lijst met dilemma’s komt op tafel en wenkbrauwen fronsen zich. Ik vraag hem of hij op een dilemma had gehoopt of het juist vreest?  ‘Nee hoor, maakt me niet uit. Kom maar op.’

Ducrot of Wuyts? Na wat aarzelen toch Ducrot. ‘Ondanks dat hij een zeur is met geleuter over het nieuwe wielrennen’. Maar je krijgt meer info over de Nederlanders’

Slecht nieuws of goed nieuws? Goed nieuws natuurlijk…!!! Je kan wel zeggen: “Van slecht nieuws leer je jezelf kennen” of “elk nadeel ‘heb’ zijn voordeel”, maar dat vind ik zo’n flauwekul. Als ik mag kiezen, geef mij maar goed nieuws!

Eten of diëten? Het voordeel van wielrennen is dat je onbedaarlijk veel kunt eten. En daar houd ik van. Maar na 9 maanden zonder competitie zijn er toch een paar kilo bijgekomen. Van een wasbord naar een klein buikje.

Noordermarkt of Nieuwmarkt? Ik heb niets met uitgaanspleinen, maar mijn nieuwe woning ligt aan het Javaplein.

Geloof of ongeloof? Ik gun de mensen hun geloof, maar vanuit mijn perspectief is alle geloof bijgeloof.

Vallen of opstaan? Daar vraag je me wat! Na een val moet je gewoon weer opstaan. Mijn val heeft me niet gedemoraliseerd. Het zal best wennen zijn om weer in het peloton te fietsen en ik zal in het begin waarschijnlijk ook wat angstig zijn, maar ik heb zin om weer te beginnen.

Passie of obsessie? Ik relativeer teveel om obsessief te zijn. Ik heb een goede balans gevonden in mijn bezigheden: creatief met fotografie, sportief met de fiets en het cognitief op het werk. Fietsen doe ik écht passioneel en nóóit met tegenzin.

Bergen of platteland? Met bergen kun je zoveel meer….. Wat? Je kunt klimmen, op de top van het uitzicht genieten en afdalen………(ha ha)

Radio of televisie? Vooral internet. Radio eigenlijk niet en televisie via uitzending gemist. Op mijn maandagse zwemavond bijv. Holland Sport.

Deugd of ondeugd? Om het serieuze te doorbreken wil ik nogal eens ‘teasen’ en ondeugend zijn. Hoewel ik geen echte brave rakker ben, deug ik uiteindelijk wel!

Mededogen of meedogenloos? Ik heb juist veel oog voor andere mensen. Ik sta zeker niet met oogkleppen op of ten koste van alles of iedereen in het leven. Naar mezelf ben ook niet meedogenloos. (hij pakt voor de zekerheid toch maar even het woordenboek erbij en leest ; meedogenloos: zonder medelijden) nee, zo ben ik helemaal niet.

Trainingsdag of rustdag?  Ik weet natuurlijk dat je de ideale balans moet nastreven, maar ik beleef veruit het meeste plezier aan een fietsdag.

Duinen of polder? De duinen. Daar kom ik niet zoveel. Dan doen ze ook gelijk heel on Nederlands aan.

Campa of Shimano? Toen ik in ’83 begon met wielrennen was Campa het’ voor wielrenners, maar voor mij onbereikbaar. Nu dus wel Campagnolo op mijn MEES fiets.

Goesting of verdapperen? Zin heb ik altijd. Verdapperen vind ik zoiets als altijd maar aanvallen, doorgaan en doorbeuken. Iedere sprinter wil denk ik graag wat meer stayer zijn die de wedstrijd openbreekt en de koers bepaalt, terwijl iedere stayer wel wat meer sprinter zou willen zijn. Het onvermoeibare in verdapperen herken ik wel bij mezelf.

Emotioneel of rationeel? Zeker inhoudelijk en rationeel.

Vader tijd of Moeder natuur? Ik heb niet eens een horloge. Ik ben een echt stadsmens. De natuur zie ik als een uitdaging. Als ik bijvoorbeeld op vakantie een berg tegen kom moet ik er bovenop komen.

Beste prestatie of mooiste ervaring? Die vallen samen. Aan het eind van het seizoen 2008 lukte het me om in 1 week 3 x bij de eerste 3 te eindigen op Sloten. Dat valt anderen dan ook wel op. Maar ook mooi zijn de lange tochten die ik met mijn vrienden fiets, zoals de ‘Trois Ballons’ in de Vogezen of ‘de Waalse Pijl’.

Eigenwijs of eigenzinnig? (daar komt het woordenboek, want ik wil natuurlijk wel een serieus antwoord geven hè?) Ik schijn dus eigenwijs te zijn.

Weer of geen weer? Bij slecht weer rijd ik wel goed. Ik zie tegenstanders wegvallen, krijg dan nog meer zin en grijp mijn kans!

Gevoel of Polar? Ik ben geen freak, maar houd wel een logboek bij met trainingsactiviteiten. De wetenschap is tenslotte de maat aller dingen.

Rivaliteit of vriendschap? Vriendschap! Ik wordt niet gedreven door rivaliteit. Op mijn werk ook niet. Ik zou niet graag bij een commerciële financiële instelling willen werken.

Binnenblad of buitenblad? Ik streef bewust souplesse na. Dat kan prima op een buitenblad in het peloton. Ik kan wel steeds beter een zwaarder verzet met souplesse wegtrappen.

Nog maar een paar losse kreten?   

Wie zou je graag willen ontmoeten? Mijn grootvader die tijdens de oorlog door dwangarbeid  voor de Japanners is omgekomen aan de Birma-spoorlijn. Mijn vader is namelijk in voormalig Nederlands-Indië geboren. De dood van mijn opa heeft een zwaar stempel op mijn vader gedrukt, maar gelukkig niet zo sterk op het gezin waarin ik ben opgegroeid.

Bang voor: niets. Ik zou niet weten waarvoor of voor wie. Lievelingsdrank: water.  

Idool of concurrent? beiden niet.

Goed begonnen is half gewonnen? Soms wel maar vaak ook niet. Ik laat me liever verrassen.

Van wie ik wel eens een dilemma-interview zou willen lezen? Marco Postma, een clubgenoot bij WV-Amsterdam. Hij is een beetje een type renner als ik. We komen elkaar regelmatig tegen in de eindsprint. Dus we praten weleens over de koers en hoe we de sprint moeten aanpakken. Ik kreeg van hem een kaartje na mijn val. Nog bedankt. Ook andere mensen die belangstelling toonden, bedankt.

Paul, veel succes met de laatste lootjes van je revalidatie en hopelijk (namens de hele club!) zien we je snel weer in de voorste gelederen.

Dank voor je gastvrijheid, je tijd en je openhartigheid.

Tot gauw ‘op Sloten’!

Met vriendelijke en sportieve groeten,  Han Wind.