De logica achter een hoge trapfrequentie ; de verbeterde aanvoer van zuurstof………….

Als je Maas van Beek ziet fietsen (malen) dan zou je niet zeggen dat een hoge trapfrequentie onderwerp van uitgebreid en vooral wetenschappelijk onderzoek is.  Hij heeft zijn ‘draai’ gevonden lijkt wel.  Toch zijn er in het verleden al een groot aantal onderzoeken gedaan naar de ideale trapfrequentie maar dan werden veelal renners als proefpersoon gebruikt die rondom de 200 watt vermogen leverden.  Slechts een enkele keer werd gekeken naar renners die er echt baat van zouden kunnen hebben, te weten de renner die met 400 watt een alpencol  moet bedwingen.   Sinds de 7  Tourzeges van ene Lance A. uit Texas  is de ideale trapfrequentie permanent onderwerp van gesprek geworden en zoals te doen gebruikelijk heeft iedereen er in het wielerwereldje ook een eigen(zinnige) mening over.  In dit stukje wil ik er een logische en verklarende aan toevoegen.  Het fietsen met een hoge trapfrequentie biedt ontegenzeggelijk voordelen.  Als een spier zich samentrekt, is er eventjes een verminderde bloedcirculatie en dientengevolge ook een mindere toevoer van zuurstof.  Hoe langer de spiersamentrekking (contractie) duurt, hoe minder zuurstof er kan worden aangevoerd.  Bij een trapfrequentie van 60 omwentelingen per minuut (tpm) duurt het 1 seconde om een volledige omwenteling te maken. Bij 90 tpm duurt een volledige omwenteling 0,66 seconde en dat is 33 % korter.  De spiercontractie duurt bij deze trapfrequentie dan ook  33 % korter.  Er kan dus meer (vaker) zuurstoftoevoer plaatsvinden. Een buitengewoon belangrijk gegeven als je weet dat de zogenoemde maximale zuurstofopnamecapaciteit (VO-2 max) algemeen aanvaard wordt als beperkende factor in duuruithoudingsvermogen.  Als ik het over een hoge tpm heb, dan gaat het om 110 of meer omwentelingen.  Een tweede groot voordeel van een hoge pedaaltred is dat de belasting op spieren, aanhechtingen en gewrichten lager ligt dan bij een lage trapfrequentie.   Bij hetzelfde geleverde vermogen is bij een cadans van 60 voor iedere pedaalslag 33 % meer kracht vereist in vergelijking met een cadans van 90.  Volgens deze logische redenering spaart een hoge trapfrequentie dus spieren, aanhechtingen en gewrichten maar……..doet het wel een fors groter beroep op het aërobe energiesysteem. De spierbrandstof  ‘Glycogeen’ wordt met behulp van zuurstof  omgezet in energie.  De uiteindelijke winst zit ‘m erin dat het cardio-vasculaire systeem (hart en bloedvaten dus) op een andere  manier vermoeid raakt dan spieren dat doen. Zodra spieren ‘op’ zijn, kun je als wielrenner onmogelijk je snelheid vasthouden.  Maar zorg je ervoor dat het aërobe systeem goed voorzien blijft van water en voeding, dan is het wel degelijk mogelijk om véél langer een constant vermogen te blijven leveren.    Als het allemaal zo logisch zou zijn als hier zojuist beschreven, waarom dan niet massaal overgestapt op de hoge trapfrequentie ???

Ten eerste rijdt een groot deel het peloton nog altijd rond met een conservatieve wielergeest als het aankomt op veranderingen en nieuwe trainingsmethoden. Hoewel Peter Post tijdens zijn periode als ploegleider werd geroemd om zijn vernieuwingen, lagen deze niet op het gebied van training of medische begeleiding. En ons onderbewustzijn is behoorlijk gevoerd tijdens het tijdperk Post.  De kwantiteit was in die dagen wellicht belangrijker dan de kwaliteit.   De techniek van de hoge trapfrequentie doet een behoorlijk grote aanslag op het aërobe energiesysteem van een renner.  De spierbelasting mag dan afnemen, daartegenover staat wel dat er meer trappen moeten worden gedaan.  En….meer spiercontracties vragen om een verhoogde zuurstoftoevoer en dat leidt tot een  hogere hartslag en tot meer transpireren.  Het zal een jarenlange en intensieve aanpak vergen om het aërobe systeem naar een hoger niveau te ‘tillen’.  Dat doe je dus niet zo maar even.  Als je ziet hoe lang deze ontwikkeling heeft geduurd tijdens de loopbaan van Armstrong dan zie je dat het tussen de 5 en 7 jaar heeft geduurd om het tot een natuurlijk tred te laten worden.

Je anaërobe systeem is een gift van Moeder Natuur en moeilijk(er)  te beďnvloeden laat staan te trainen. Bij anaërobe verbranding van spierbrandstof komt melkzuur vrij. Melkzuur is een afvalstof die als het de drempelwaarde overschrijdt, de spieren volledig blokkeert.  Er komt nauwelijks nog zuurstofrijk bloed naar je spieren. Je verzuurt ! 

Een hoge trapfrequentie is dus niet alleen maar het ‘lichte verzetje’ van de hersteltraining maar een uitstekend middel om het aërobe vermogen ieder jaar met een paar procenten te verbeteren en te vergroten.  Dus Maas van Beek uit Voorthuizen…………….lees bovenstaande nog eens extra goed door !