Kleine deurtjes leiden naar grote
ruimten…..
De dilemma’s van Gijs van Kreike ;
Met enige regelmaat schrijf ik stukjes voor het clubblad van WVA en in de regel beslaan de dilemma interviews zo’n 2½ A-4tje. Gisteren sprak ik Gijs van Kreike (wie kent hem niet ?) en heb geprobeerd hem zijn dilemma’s te ontfutselen. Dat kostte geen enkele moeite maar nu komt het probleem ; vat die verhalen van zo’n rasverteller maar eens samen in een dilemma interview. Om het verhaal van Gijs niet te laten devalueren en zijn zeggingskracht te laten behouden vrees ik dat het deze keer iets langer uitvalt. Voor zo’n rots in de branding, boegbeeld van en voor de club, vraagbaak voor wielerliefhebbers, al 30 jaar WVA lid en ook nog eens entertainer en soigneur pur-sang mag wel de zon wel eens schijnen in ons clubblad.
Al eerder had ik Gijs uitgenodigd maar toen wist ie met een kwinkslag de dans te ontspringen. Nu een half jaar later op het stoepje van het clubgebouw en met de ogen van renners en onze voorzitter op hem gericht (‘ja Gijs , doe dat nou, we zijn daar echt benieuwd naar…’) gaat hij met graagte door de knieën. ‘Ik wil je wel wat mooie rondjes uitleggen’ zei hij de eerste keer. ‘Ik heb zo in de loop der jaren veel ‘geheime’ weggetjes leren kennen en verrassende ontdekkingen gedaan, maar een heel interview……..’ Volgend jaar krijgen we dus een nieuwe rubriek in het clubblad ; Bij Gijs in het wiel door stad en ommeland.
Op mijn rondje vooraf, om wat informatie te krijgen, liet iedereen zich uit in superlatieven. ‘Gijs beschrijven in een paar woorden ?’ Je hoort dan nog eens wat, vooral als je even doorvraagt bij de juiste mensen.
Geen bescheiden opvattingen over deze zelf toch zo bescheiden man ; energiek, dienstbaar, humor, karakteristiek, spontaan, nooit haast, flexibel, anarchistisch, principieel, eerlijk, kundig, clubmens, blijmoedig en authentiek. Zo maar wat karakteriseringen. Het zal je maar gezegd worden. Je zult er stil en verlegen van worden. Zo niet Gijs. Op een heerlijke zomerochtend ontmoet ik hem volgens afspraak en leg hem deze kwalificaties voor. ‘Fijne mensen, fijne club, hartverwarmend en ik beschouw het als complimenten. Ik ben wel een gever maar niet zo’n ontvanger. Toch ontvang ik deze uitnodiging met veel plezier. Ook omdat anderen het waarschijnlijk graag zullen lezen’. Het valt Gijs, net uit het ziekenhuis weer thuis, niet mee om een lang gesprek te voeren. Een zware operatieve ingreep (zie verder in dit interview) leidde tot een opname van een maand in het VU ziekenhuis. Met moeilijk verstaanbare en hese stem lukt het in een rustige omgeving toch bewonderenswaardig goed. Een moedig mens, denk ik. Karakter hoor…. Twee jaar geleden reed Gijs zijn (voorlopig) laatste wedstrijd ‘op Sloten’ Daarna begonnen de gezondheidsproblemen die hij te lijf moest. Hij doet dat met verve en met een doorzettingsvermogen ; een klasbak waardig. Zie verder in dit interview bij ‘droom en werkelijkheid’.
‘Hoe ik in het wielrennen terecht ben gekomen ? Ik ben geboren op de Osdorperweg (tegen Halfweg aan) in 1939 als 9-e in een gezin van 12 kinderen. Ja, ja… 12 en een groot feest, een geweldig gezin. Als jong scholiertje fietste ik dan naar de Polderweg in Oost. Niemand had veel op met sport bij ons thuis. Fietsen was wel zo goedkoop en toen ik op de UTS verder leerde voor timmerman, bleek dat ik ook wel aardig hard kon fietsen. Als timmerman ben ik in de wieg gelegd denk ik. Het is net als bij een beeldhouwwerk. Ik was een stuk steen waar het kunstwerk in zat verborgen. Ze hoefden alleen nog maar de overbodige steen weg te hakken.
Op de Ambachtschool voetbalde ik wel maar als 19-jarige werd ik lid bij de Bataaf. Daar fietsten Henk Nijdam en Rudi Dokter. Wel voorbeelden maar geen idolen hoor. Mijn 1-e fiets was een 2-e hands JABO. De gezelligheid, het samen trainen en de clubwedstrijden waren het belangrijkst. Voor de open wedstrijden was de druk om te presteren me te groot. Door huwelijk, gezin en werk als voorman in de bouw kwam het wedstrijdfietsen zo in de knel dat het kanaries (vogeltjes kweken !) werden. Ook een heel leuke hobby. Ik werd nog keurmeester. Iedere vogelshow en tentoonstelling af. Fietsen deed ik nog recreatief en op een laag pitje. Ik heb een fantastisch gezinsleven. Geweldige vrouw, twee super dochters en over mijn kleinkinderen met een hoofdletter K………….vertel ik je straks nog’.
Het merendeel van zijn leven woont Gijs in Amsterdam West. De Mercatorpleinbuurt is zijn ‘thuis’, met alle bedrijvigheid, een smeltkroes van culturen ; ‘ik voel me nergens beter thuis. Ik ken er veel mensen, klets zo hier en daar eens wat, maakt een geintje en ga er naar de markt’.
Toen bijna 30 jaar geleden een hernia-operatie (die nooit had mogen worden uitgevoerd) roet in het eten gooide, pakte Gijs om te revalideren het fietsen weer op en werd lid van WVA. David Janbroers en andere tijdgenoten waren wel blijven fietsen en de aansluiting was een feit. Hij reed veteranenwedstrijden en finishte vaak kort. Ieder jaar ook wel een aantal 1-e plaatsen. Er werd soms zo veel lol getrapt dat je meer pijn in je buik had van het lachten dan in je benen van het fietsen. Het lukte hem vaak om de koers hard te maken en de kameraadschappelijkheid vierde hoogtij. Bij Gijs bleef het wel altijd een combinatie van lol en prestatiedrang. Jezelf overstijgen, je horizon verbreden, vriendschap en toch ook rivaliteit.
Hoe dat met dat masseur zijn zit ? Gijs ; ‘mijn moeder ging wekelijks in bad en dan masseerde ik als klein jongetje haar benen. Mijn oma had ‘genezende’ handen en ik schijnbaar ook want mijn moeder zij dan altijd ; zo jongen, ik kan er weer de hele week tegen’. In de wielrennerij kwamen daar ‘kraken’ en masseren/soigneren bij. ‘Ik ken ook heel goede oefeningen om problemen te voorkomen. Mensen nemen me snel in vertrouwen en ik kom ook graag ‘dichtbij’ en raak graag mensen aan. Voordeel is dat ik niet zo gehaast ben, dat zal mensen wel aanspreken. Ik houd ook van overzicht en haast of stress horen daar gewoon niet bij’. Inmiddels al weer bijna 30 jaar actief in de sport. De gezinssituatie gaf ook die mogelijkheid. Ik ben ze thuis dan ook heel veel dank verschuldigd. In het wielrennen hoorde ik er weer bij, kon meedoen, had er ook wel verstand van, kon lekker ouwehoeren, kwam weer veel in de natuur en ze kregen ook een tevredener en gelukkiger Gijs thuis.
Het Amsterdamse wielrennen is meer dan alleen het bravoure van Bink of Cornelisse hoor. Kenmerkend is voor mij altijd geweest dat Amsterdammers zich schijnbaar altijd optrekken of identificeren met een ‘grootheid’. Of dat nu Faanhof, Post of Knetemann is. En ze hebben een grote clubliefde. Bij WVA kun je jezelf zijn. Ieder presteert op (z’n eigen) topniveau. Er is altijd een persoonlijk woord, je naam wordt eens genoemd als je aan de start staat of bij de inschrijving wordt je opgemerkt.
Dilemma’s ? Zijn wenkbrauwen gaan omhoog. Heb ik die dan………..volgens mij ben ik er één ! Laat eens horen !
Stad of platteland. Als Amsterdammer de stad met haar drukte en de humor maar als renner de ommelanden. Wel eens kuitschietende karpers gezien in het voorjaar ? Moet ik je dan nog verder iets vertellen, nee toch ? Hij kijkt me met pretoogjes aan.
Bertus Raats of Jan Zomer. Na enig aarzelen ; Bertus. Benadrukt vooral het mooie en goede in de sport. Schrijft voor wielerblad én krant en heeft een heel positieve instelling. Verdient veel aanzien. Heel groot kenner van het Amsterdamse wielrennen.
Kruik of bidon. Kruik. Da’s nostalgie hoor. En ik zeg het nog steeds. Drinkbus is ook wel aardig.
Blues of jazz. Jazz. Dat vrije, al die instrumenten, de vele stijlen en de grote verscheidenheid, het improviseren, de passie, het plezier. Amsterdam heeft ook meer een jazz traditie.
Fotofinish of sur place. Fotofinish is van na mijn tijd. Sur-place doet me denken aan Het Olympisch Stadion. Het onvoorspelbare en de enorme spanning op die spieren. Ik ga zo een uur voor je staan hoor op een pistefiets, kan ik nog best (brede grijns..!).
Bier of wijn. 1
bier en 2 wijn a.u.b.
Specialist of all round. All round. Lekker lang op kop rijden, je kracht laten zien. Imponeren ook wel. Sturen in een rustloos peloton, da’s wel mijn echte specialiteit.
Denken of doen. Ik denk veel en lang na alvorens iets
te doen. Dan is de uitvoering een fluitje van een cent.
Geschoren of ongeschoren. Voelt met een brede lach
nadrukkelijk aan zijn kin en begint met gebaren kracht bij te zetten hoe
belangrijk uiterlijke verzorging voor hem is. Hygiëne is van groot belang, er
verzorgd uitzien. Tradities in het cyclisme zijn mooi om te
koesteren, dus ook (on-)geschoren benen.
Keukengeheimen of bedgeheimen. Keukengeheimen krijg ik van mijn vrouw dagelijks maar bedgeheimen zijn in een besloten relatie zo iets moois, intiems en zeldzaams. Ik wou dat ik een pen had om die dingen te beschrijven waarvan iedereen zegt ; dat is met geen pen te beschrijven. Wat zou dat een dik boek worden…………
Weer of geen weer. Ik houd wel van uitersten. Als je op extreme omstandigheden terugkijkt, heeft het wel iets heroïsch. Wolkbreuken, onweer, windvlagen, extreme vorst. Geweldig en spannend hè ? Ik zal niet tijdens een wolkbreuk vertrekken, maar toch….
Beste prestatie of mooiste ervaring. Als je waardering krijgt voor hetgeen je doet is dat heel fijn. Ontroerend ook. Een bosje bloemen of een oprecht woordje van dank, daar glim ik van. Dan is een mooie ervaring ook gelijk je beste prestatie.
Slim of sluw. Slim want met sluw of leep heb ik niets. Slim is meer met gelijke middelen.
Discipline of losbandig Alles (!!!) valt of staat met discipline en doorzettingsvermogen.
Leraar of leerling. Ik ben wel een beetje de opvoeder, de onderwijzer. Mag graag adviseren maar zal het niet opdringen. Gijs gaf gevraagd of ongevraagd op onweerstaanbare wijze tijdens de koers aan (liefst) nieuwelingen adviezen over stuurtechniek, bochten of rem advies. Als ik zelf die celeste groene Bianchi achter me ontwaarde lette ik dus ook extra goed op.
Deugd of ondeugd. Deugd is aangeleerd.. Denk aan gehoorzaam, vlijt, spaarzaam. Ondeugd zie ik nu bij mijn kleinkinderen. Het echt grote genieten, heerlijk uitdagend.
Trainingsdag of rustdag. Rust roest zei Fons, heel juist ! Niks geen Zoetmelk ook met ; ‘de Tour win je in bed’. Als het in je koppie beter uitpakt dat je wat gaat trainen, moet je dat vooral doen. Kom je uitgeruster thuis.
Imago of identieit. Kijk eens naar Tom Boonen. Wat
blijft er na een affaire met een 16 jarig meisje en ‘een snuif’ nog over van
imago of identiteit ? Ik ben bang dat hij het oude
niveau niet meer haalt.
Campa of Shimano. Alleen al de sierlijke letters bij Campa. En het is Italiaans, emotie, elegant en exclusief.
Rivaliteit of vriendschap. Rivaliteit houdt
vriendschap in stand. Je tast elkaar af. Kijk eens
naar een potje kaarten.
Gemeenschapszin en vriendschap en toch…rivalen. Zelfs bij zo’n gemoedelijk mannetje als ik ; rivaliteit. Het kan er
fel aan toe gaan maar daarna ; goeie of nog betere
vrienden.
Droom of werkelijkheid. De werkelijkheid waar ik nu in zit is er één van onzekerheid en herstel na een ingrijpende operatie. Mijn slokdarm is ‘vervangen’ en mijn stembanden zijn daarbij aangetast. Het zal nog een zwaar en lang herstel vergen, maar ik heb veel steun en goede hoop. Door het wielrenen heb ik ook wel voldoende karakter ontwikkeld om me staande te houden en niet makkelijk op te geven. Ook gezin, familie en (wieler-)vrienden houden me op de been. En de club hè, erg belangrijk voor me !
Ik droom veel. Heb ook veel dagdromen en vooral wensdromen. Mijn
grootste droom die nu bij me opwelt is ; met mijn
kleinkinderen naar het Bosplan. Met een bakfiets de natuur in. Lekker vissen, vertellen over wat de natuur zoal te bieden
heeft en spelen en plezier maken. Misschien is dat gepraat van een sentimentele
oude man, maar ik schaam me er geenszins voor.
Gestampte pot of exotisch. Het liefst exotisch-mediterraan. maar dan ook in een exotische omgeving en vooral met het juiste gezelschap.
Gijs, enorm bedankt voor je tijd, moeite en voorbereiding. Het was me een genoegen.Vr. en sportieve groeten, Han Wind.