Tim Krabbé
; In het wielrennen moet je wel
enig gogme hebben…..
In het vorige ‘dilemma’-interview met Menno Helvensteijn viel de naam van Tim Krabbé als degene die hem opnieuw inspireerde zijn fiets weer tevoorschijn te halen. Tim’s enthousiasmerende manier om over wielrennen te vertellen deed mij besluiten om hem eens te peilen voor een interview. Via Ed Snijders kreeg ik het telefoonnummer en de opmerking ; ’goeie keus : markante renner, een verrijking voor onze vereniging. Ik ben benieuwd’.
‘Da’s een hele eer, erg leuk’ meldde Tim zelf toen ik hem belde en de afspraak was dan ook snel gemaakt. Op een avond rijd ik naar het KNSM eiland en realiseer me dan dat ik een clubbladbijdrage moet schrijven over een fietsende schrijver. En om eens met een metafoor te beginnen ; één van de meest plezierige aspecten van het wielerleven is dat je het boek van het vorige jaar kunt dichtslaan en na de nodige voorbereiding het boek voor het komende seizoen weer kunt openslaan. Ikzelf kijk wel eens naar de wielersport alsof het een geslaagde roman is. Ook dan zie je een topprestatie met tegelijkertijd de suggestie van een hele wereld die daarachter schuilgaat. Aan de ene kant is het cyclisme loodzwaar en vervloeken we onze sport wel eens op ‘april-doet-wat ie-wil buien’ ritjes door de polders maar aan de andere kant laven en verlekkeren we ons toch ook wel aan de heroïsche verhalen. Eens kijken wat Tim daarover te vertellen heeft. Hoe het vorige seizoen is gegaan, de voorbereiding op het nieuwe seizoen is verlopen en wat de ambities voor het komende jaar zijn. De essentie van de wielersport blijven in ieder geval wel…..de renners. In mijn situatie vandaag ; Tim Krabbé : ‘de Renner’. De renner die ten alle tijden en onder alle omstandigheden ijverig en gedreven knokt voor prestaties en overwinningen. Want als je het afzien op de fiets combineert met een karakter dat zelden plooit en de individuele dromen, wensen en ambities van de in kleurrijke outfits gestoken renners, dan heb je wel de ingrediënten van een droomsport om zelf te beoefenen en om naar te kijken.
De lift brengt me naar de 19-e etage en het panoramisch uitzicht over de stad is adembenemend mooi. “Die ronde van Tim Krabbe in de Franse Cevennes heeft behalve Menno ook mijzelf en coureurs zoals Pierre Deen en mede organisator Pascal Vergeer weer aan het koersen gebracht” vertelt hij me. Gerrit Slingerland nam in 2003, toen ‘De Renner’ 25 jaar bestond, het initiatief en vroeg toestemming en overlegde. Het is nu ieder jaar een groot succes en… met zo’n 40 deelnemers ook overzichtelijk. De 6-e editie dit jaar in juni is een week om naar uit te kijken.
Tim vertelt me dat op 10-jarige leeftijd zijn wieler- en jongensdroom begon maar het vinden van een krantenwijk om het benodigde geld te vergaren voor een fietsje, lukte niet erg. Het waren de jaren van Wagtmans en van Est in de Tour van ’53. De wielerdroom verdampte. Na de HBS en een afgebroken studie psychologie raakte de wielerdroom nog verder uit beeld. In ’73 komt de wens te gaan fietsen via een zware sportfiets en dan toch de racefiets in alle hevigheid terug. Op zijn 30-e ziet Tim iemand de Col d’Uglas beklimmen en wil dat ook. Het werd een ‘nu of nooit’ moment. Hij meldt zich bij G.G.M.C. in de categorie ‘liefhebbers’ (nu amateur B.) Hij was al schrijver en genoot bekendheid omdat hij met veel succes over schaken en wielrennen schreef. Er volgden in het eerste jaar veel top 5 klasseringen. Een echt idool had hij niet. Er was tenslotte maar 1 wielergod ; Merckx. Maar de Vlaeminck vond ie een pedaleur de charme en een allround en bewonderenswaardig stylist.
Het café- en studentikoze leven wordt
een wielerleven. “Je zag in die jaren ook wel een omslag in het wielrennen. Van
een pure arbeiders en volkssport kwam nu iedereen de wielersport binnen.
‘Gedane zaken nemen geen keer maar als ik 15 jaar eerder was begonnen had ik
wel eens willen zien waar ik was uitgekomen. Na een jarenlange onderbreking
neem ik het fietsen ook nu weer volkomen serieus. Het brengt me veel goeds. In het eerste
jaar bij de 60-plussers won ik er
‘Hoeveel dilemma’s heb je voor me ?” vraagt hij ongelovig . Fris van de lever rollen de antwoorden over tafel.
Geschoren of ongeschoren. Dat gaat over benen denk ik….Aanvankelijk reed ik met ongeschoren benen maar ik heb me snel aangepast. Ik stoor me nu zelfs aan renners met ongeschoren benen. Een échte wielrenner hoort zijn benen te scheren. Degenen die dat niet doen zijn doedelzakken. Niets veranderlijker dan een mens.
Knetemann of Kuiper. Veel met de Kneet gefietst. Grootse en fantastische renner. Kuiper had natuurlijk die tour van ’77 moeten winnen. Allround renner. Van Milaan-San Remo tot Parijs Roubaix, een W.K. en de O.S. van München. Karaktermens en een leuke man, dat spreek me ook erg aan.
Denken of doen. Denken is leuk maar zonder denken geen doen. Schaken en schrijven is denken, fietsen vooral doen. Allebei dus.
Hardrijden of winnen. Winnen gaat boven alles. De
beste of hardst rijdende renner in de koers is niet altijd degene die wint. Gelukkig
niet, anders was wielrennen net zo saai als hardlopen.
Cauberg of Keutenberg. De Keutenberg
is onzin, een steile trap die je dan effe
opmoet. De Cauberg hoort wél echt in een koers thuis.
Prachtige helling. Selectief en vaak beslissend. Ik moest hem een keer 20 x op in een
koers. Dat voel je dan wel.
Rome of New York. Ik ben veel vaker in New York dan in Rome geweest. Geweldige stad. Amerikanen blijven natuurlijk wel grote kinderen. Groot voordeel is dat ik Engels spreek en nauwelijks Italiaans.
Wetenschap of gevoel. Wetenschap is feitelijk de enige basis en manier waarop mensen met elkaar kunnen praten. Geloof en gevoel zijn aardig maar geen manieren waarop je beslissingen kunt nemen. In de koers handel je wel vaak gevoelsmatig maar dan wel op basis van ervaring en fysieke gesteldheid. Non-cognitief, om eens een moeilijk woord te gebruiken.
Passie of obsessie. Het een kan tot het andere leiden maar je schotelt me 2x hetzelfde voor onder een nadere naam. Monomaan kan ik wel zijn. Me enorm focussen. Maar dan kan je kracht ook wel je zwakte worden.
Slim of sluw. Sluw heeft als bijklank dat het ten koste van een ander gaat. Klinkt wat oneerlijk.
Werker of stylist. Je kunt als wielrenner of schrijver alleen maar een stylist worden door heel hard te werken. En ik ben wel een harde werker al zeg ik het zelf. Tsja….
Beste prestatie of mooiste ervaring. Je mooiste ervaring kan inwisselbaar zijn tegen een andere. Je beste prestatie is veel exacter aan te geven. Voor mij was het een trainingsrit door de duinen met profs en topamateurs, o.a. Schuiten en Knetemann. Ik had mijn sterkste dag als wielrenner ooit en kon er tot het laatste bijblijven. Mezelf overtroffen.
Eigenzinnig of eigengereid. Vooral eigenwijs.
Limburg of Friesland. Ik houd van vlakke en groene gebieden. Limburg is me te bronsgroen en de G is er veel te zacht. Geef mij maar het Waterland, de Beemster of de Purmer.
Imago of identiteit. Dat laatste natuurlijk. Het gaat erom wat je van jezelf vindt en niet om wat je in de ogen van anderen bent.
Bad of douche. Voor een bad heb ik geen geduld.
Specialist of allround. Klimmen is geweldig en ik kan ook wel een aardig sprintje trekken. Ben vooral ook sterk. Dat is dan eigenlijk allround
Deugd of ondeugd. Als je m’n boeken leest weet je waarom ik voor ondeugd kies. Deugd is zo saai.
Rouleren of dokkeren. In dokkeren komt je kracht
tot uiting. Daarom vind ik Parijs Roubaix en
‘Vlaanderen’ ook zo mooi en tot de verbeelding spreken. Ik ging vaak in ‘de Bels’ koersen, op zoek
naar de kasseien.
Radio of televisie. Geen van beide; voor het nieuws en ‘de wereld’; de krant en het internet.
Smeets of Wuyts. Ik kies voor Maarten Ducrot en dan krijg je er Smeets bij. Ducrot heeft humor, vak- en ervaringskennis en is een goed verteller.
Trainingsdag of rustdag. Ook een trainingsdag kan rust geven. Maar als cijfertjesman wil ik dan bijv. toch op de terugweg bij een gemiddelde van 29,8 thuis komen met een gem. boven de 30. Een rustig tempo is er zelden bij.
Rivaliteit of vriendschap. Rivaliteit is veel productiever. Het maakt en vormt je.
Binnenblad of buitenblad. Vorig jaar eens het advies
gekregen om met uitsluitend 52 x 14 een trainingsrit te doen. Kwam ik na
IJverig of verbeten. Verbeten is een ijverig iemand die feitelijk al in paniek is geraakt.
Geduld of ongeduld. Allebei waardevolle eigenschappen. In het wielrennen moet je echter het gogme durven hebben om te wachten. Geduld dus.
Embonpoint of wasbord. Ik voel me prima en ben tevreden zoals ik nu ben.
WV-Amsterdam is totaal geen dilemma voor mij ; Geweldige club mensen. Fantastische vereniging met Ger, Ed, Hans, Gijs, de E.H.B.O., de kantinemensen (en ik vergeet de helft !) ; hartverwarmend. Dat moet je er wel inzetten hoor…!’
Tim, bedankt voor het interview. Als er een lezer is die iemand geportretteerd wil zien, kan hij/zij dat melden aan de redactie. Wie weet zetten we die het volgende clubblad in het zonnetje.
Met vriendelijke en sportieve groeten. Han Wind.