‘De beste brandstof is vertrouwen’

Het grote  ‘dilemma interview’  met van  Frans van Rossum.

Op een droge herfstavond fiets ik naar  het randje van de nieuwbouwwijk Nieuw Sloten, waar Frans met zijn Petra 20 jaar geleden neerstreek. Olympische grond bijna,  want de wijk was gepland als Olympisch dorp.  Nooit was de afspraak zo snel en gemakkelijk gemaakt.  ‘Kom maar langs, ik ben veel thuis ’s avonds. Maar niet rondom de 6-daagse want dan heb ik het 24 uur per dag druk’.  We gaan aan de eetkamertafel zitten en met het opname apparaat tussen ons in steken we van wal.  Frans vooral, want die blijkt ineens een waterval van woorden. Spraakwater genoeg….. ‘Ja, ja, ik ben een geboren en getogen Amsterdammer. Op bevrijdingsdag ’61 zag ik het levenslicht.   Een ziekenhuiskindje weliswaar, zelfs nog in de couveuse beland.  Opgegroeid in de Kinkerbuurt.  Als peutertje,  peuterde ik de kogellagertjes al uit de plankenvloer bij Berg-sport, de fietsenwinkel in de Jacob van Lennepstraat. En soms onder het wakende oog van ome Joop Stakenburg.  Daar bloeide ook de liefde tussen zijn ouders op.  Jaap van den Berg, was naast een fietsenwinkel en werkplaats ook een ‘veredeld’ koffiehuis voor renners en liefhebbers.  ‘Eigenlijk zet GER-bikes die traditie als enige nog voort’.  Opa van Rossum was wedstrijdcommissaris bij le Champion en het wielrennen werd bij de ouders van Frans dus met de spreekwoordelijke (koks-) paplepel ingegeven. Frans’ vader kon op alle disciplines uit de voeten maar  staat nog steeds in de boeken als een rassprinter, versloeg zelfs Hijzelendoorn,  sprintte met van Vliet en Derksen in het Ol. stadion en was de beste vriend van Peter Post en Jan  le Grand. Voor het prijzengeld ging hij veel naar België en werd ook nog 8x (!!!) clubkampioen van le Champion.  1 gouden medaille siert de hals van Frans als een vorm van eerbetoon. Alle wieleractiviteiten werden gecombineerd met een gezin (2 zonen) en een baan bij de KLM.  Frans senior vond 16 jaar de leeftijd om te beginnen met wielrennen wel geschikt voor Frans maar eerst beoefende hij nog  atletiek, judo en voetballen. Tot z’n 16-e bleef hij zich vergapen aan alles wat met het cyclisme te maken had.  Kampioenschappen waren familie uitjes en soms complete reünies. ‘Het ademde wielrennen’ is geen overdreven beschrijving van zijn jeugd.  Na de lagere school ging hij naar de horecavakschool en later naar de voortgezette opleiding daarvan in de Elandstraat in de Jordaan en werd daar ook deels gevormd.  Naast het harde werken in het leerlingen stelsel (ik werkte me soms de pl…..) was er ruimte genoeg om te trainen. Het fietsen was een prima uitlaatklep.  Zijn wielermaten stonden hem ’s middags bij zijn werk op te wachten ;  Zijn zwager Bob Rijkenberg, Johan van der Weide , Nando Bijster, Jos Mooij, Paul Terschure, Marcel Dumernit en vele andere Amsterdamse wielrenners uit de late 80-er jaren.  Al dat trainen (vooral met de molen-ploeg de rondjes Katwijk) resulteerde in een lang en fraai palmares.  Van veld-, baan-  en tijdrijden naar het ‘gewone’ wegwerk.   Het talent werd voor het eerst onderkend tijdens de rollenbank wedstrijden bij Olympia ;   500 meter in 19 sec. !! en op een ‘pielversnellinkje’.   Ze stonden daar met open monden te kijken hoe alle groten van Olympia door Frans werden geklopt . Snel en soepel draaien bleek een familie-eigenschap te zijn.  In zijn 1-e wedstrijd in Weesp sprong hij mee met de demarrerende Rik Moorman. De beide vaders die toekeken, keken hun ogen uit want beiden hadden in hun amateurperiode ook menig robbertje met elkaar uitgevochten ; l’histoire se répéte.   In de 3-e instelling voor gezondheidszorg  waar hij als kok werkte, ontmoette hij Petra. Ze werkte er als directiesecretaresse. Hun liefde bloeide al snel op en Frans wist toen niet eens dat ze een dochter was van John Rijkenberg. (de ‘ome John’  die hij al kende uit het wielrennen is voor hem daarna ook altijd ome John gebleven)   Het samen onder 1 dak werken bleek verre van ideaal. Hij verkasde naar de ING bank.  30 jaar geleden begon Frans de kerstdiners voor de Olympia jeugd te verzorgen en ‘deed de keuken’ bij de sluitingsrit voor prominenten waar Gerrit Schulte  traditiegetrouw het aansluitende buffet opende. Toen wist hij ook nog niet dat dit zou uitgroeien tot hetgeen het nu is ; verantwoordelijk voor de totale catering van de 6-daagsen in Amsterdam en Rotterdam   Geweldige ervaringen met renners tijdens die 6-daagsen zoals met Martinello, Zabel, Knaven, Vandenbroecke, van Heeswijk, Risi, van Bon,  Slippens en Stam om maar eens wat namen te noemen.

‘Overeenkomsten tussen ‘de keuken’ en het wielrennen ? Ja, hoor , die zijn er genoeg.  Wat dacht je van de chaos en het onoverzichtelijke in zowel het peloton en in een grote keuken ? Om nog maar te zwijgen over het afzien en zweten…. De kunst is om overzicht te houden in beiden maar dat lukt me aardig’.

Werk, leeftijd, gezinsverplichtingen waren reden om het prestatieve wielrennen te verruilen voor het meer recreatieve. Het stel kreeg 2 kinderen Tessa en Bas, nu beiden VWO leerlingen en die gaan heel goed.  Geen internationale etappekoersen meer, geen Olympia’s tour of grote klassiekers. Wel een enorme binding met het Amsterdamse wielrennen via de 6-daagse en WV-Amsterdam waar hij al snel een graag gezien bestuurslid werd. Op zijn werk lopen ze bij hem weg (met een goed bord eten) en op de club lopen ze met hem weg…..hoewel het fietsen op een laag (sudder-) pitje staat.

Eigenwijs of eigenzinnig;

Hoe meer ervaring je hebt, des te eigenzinniger je vaak wordt. Je volgt dan letterlijk  ‘de zin van het eigene’.

Sonja Bakker of Pierre Wind ;

Pierre is net als ik de bourgondiër. Heel gedreven in zijn ‘opvoedkundige’ etens- en koks taken. Creatief en druk in doen en laten.  Van Sonja Bakker mag je vrijwel niets.

Ronde van Vlaanderen of de Omloop het volk ;

De Omloop heb ik zelf 2 x  gereden en is prachtig maar ‘de  Ronde’ is een monument. Als je daar nu rondloopt…kan me dat echt ontroeren. De Koppenberg, de Kapelmuur,  daar waar de echt groten hebben gereden en hebben afgezien. Alles ademt daar wielersport. De hele ambiance, de bevolking en entourage, niet te beschrijven.

IJverig of verbeten ;

Ben altijd bezig, ijverig dus  en kan absoluut niet tegen niets doen. Waarom niet ?  Tsja,  da’s Frans van Rossum ; de aard van het beestje, familietrekje…. Maar ik ben ook dienstbaar en  ik wil graag dingen goed doen met kennis en toewijding.

Rouleren of dokkeren;

Rouleren.  Niet voor niets een rollenbank kampioen hè ?  In mijn werk kan ik ook goed rouleren. Snel verschillende posities innemen, her en der bijspringen. De smeerolie van de organisatie.

Werker of stylist ;

Een stylist is zich niet bewust van welk probleem dan ook, het gaat als vanzelf… Een werker zoals ik, weet wat er aan schort. Je kunt daardoor ook beter aanwijzingen geven.

Reizen of aankomen ;

De manier waarop je je doel bereikt  is belangrijk omdat je daar het meeste van leert.  Wat een filosofische vraag zeg….’Op de weg naar een prestatie is vertrouwen de beste brandstof. Zowel zelfvertrouwen als vertrouwen dat je krijgt van en uit je omgeving’.

Beste prestatie of mooiste ervaring ;

De beste prestatie is dat ik JP van Poppel eens versloeg in de ronde van Catalonie maar de mooiste ervaring vervang ik door alle mooie, hartverwarmende en verrijkende ervaringen. Van jeugd naar junior en elite naar veteraan en van 6-daagse naar bestuurslid en recreant.

Hotel of camping ;

Van huis uit de camping maar eenmaal in de klasse der veteranen ; hotel met gezelligheid en comfort.

Individuele tijdrit of ploegentijdrit :

Beiden heb ik gedaan en zelfs beiden nog gewonnen ( bijv. de Harm Smit beker) Jammer dat er bij de leden  de laatste jaren zo weinig animo is voor het NCK.  Een oproep dus bij deze !

GER of Colnago ;

Laat ik die nu allebei hebben en ook nog beiden bij GER hebben gekocht.  Ger is natuurlijk een ouderwetse en gezellige vakman met liefde voor de sport ; de renner en het materiaal.

Sinterklaas of de kerstman ;

De Sint is maar 1 dag of ‘heerlijk’ avondje. Kerst is voor mij als familieman een groot feest. Je kijkt terug en blikt vooruit. Een lichtpunt in donkere dagen en heerlijke koude buffetten maken (een specialiteit van me). Kokkerellen en eindeloos bijpraten.

Recreatie of prestatie ;

Goed presteren vertaalt zich lang niet altijd in een hoge klassering .  Haal eruit wat erin zit, soms in clubverband maar ook individueel.  Het mooie van WVA is dat er geen rangen en standen zijn en iedereen op zijn eigen niveau optimaal presteert en aandacht krijgt.

Rivaliteit of vriendschap ;

Ik ben vooral een mens van de harmonie, van kameraadschappelijkheid en saamhorigheid.

Rivaliteit in de koers maar vriendschap er omheen.

Trainingsdag of rustdag ;

Zoek hierin vooral je eigen balans (en niet de balansdag van Sonja Bakker) Luister naar je

lijf !  Ik sta in deze mening niet alleen, de wetenschappers van Polar ten spijt.

Campa of Shimano ;

Campa van oudsher. Als je Campa i.p.v. Weimann of Simplex had, tjonge… dan was je het mannetje.  Daar werd echt naar gekeken.

Imago of identiteit ;

Ik heb niet het idee dat er een groot verschil zit tussen hoe ik naar mezelf kijk en hoe anderen me zien. Ik kan slecht tegen negativiteit en gemakszucht.  Negatief lost nooit iets op en positief leidt naar de top…!

Deugd of ondeugd ;

Losbandigheid is ook een deugd hè ?   Lekker om eens uit de band te springen.

Keuken of bedgeheimen ;

Als ik je de keuken geheimen vertel ben ik mijn baan kwijt en bij de bedgeheimen mijn Petra. Weet je eigenlijk wel hoeveel mensen ons clubblad lezen ???  Ik denk al snel meer dan duizend. Geen ondoordachte uitspraken mijnerzijds dus.

Geschoren of ongeschoren ;

Leuke vraag en….. een open deur. Ik deel de mening van Menno, Tim, Alfons en Gijs.

Goesting of verdapperen ;

Goesting betekent vooral renner willen zijn, goed willen presteren. Als je dat echt wilt moet je goed en vaak kunnen verdapperen. Op je 2-e adem rijden, in het rood gaan. Weet je nog ?

Ducrot of Wuijts ;

Ducrot houdt zich soms bewust ‘van de domme’.  Hij mist ook belangrijke ontwikkelingen in de koers. Wuijts dus, da’s zoals het hoort.

Baan of veld ;

De baan. Op de valreep heb ik net als mijn vader nog op de Ol. stadion baan kunnen fietsen.

Het veld  ging me goed af hoor, ik reed zelfs nog een NK. Maar vooral de herinnering aan  de  open baan op Sloten waar Gerrit van der Puij de sleutel van het hek had, de ‘maandag baandag’ en de supporters van de club van 100 zijn me dierbaarder. En de 6-daagse van nu natuurlijk.

Lars Boom of Robert Gesink ;

Toch Boom. Kan pieken als geen ander, kan zich geweldig focussen en is all-round. Gesink als coming man en Boom als bijna gevestigde orde. Maar wat in het vat zit verzuurt niet, hè ? Zei mijn vader vroeger ook al, een waarheid als een Friese stamboek koe.

WV-Amsterdam of WV-Amsterdam ;

Voor mij geen enkel dilemma. Amsterdams tot en met, traditioneel, laagdrempelig, aandacht voor  de breedte sport, gezellig en persoonlijk. Fantastische organisatie, geweldige vrijwilligers (achter de schermen).  Geen poespas, helemaal mijn cluppie.

Van wie ik wel een interview wil lezen ?  Ik zeg het op persoonlijke titel hoor en niet als bestuurslid.  Laszlo Tibbe, Jan Koolhof, Cees Cohen, Paula Dejonckheren, John Mens, Marcel Kamerling.   Zullen ze blij mee zijn Frans, als ik bij hen op de stoep sta. Bedankt voor je tijd, moeite en voorbereiding en een heel goede decembermaand toegewenst met Petra, Bas, Tessa en de rest van de familie !!!

Vr. en sportieve groeten.   Han Wind.