De magische biefstuk……..

 

Wielrennen  is ‘diep gaan’ en afzien. Het is zeker ook de spieren pijnigen en soms zelfs heel extreem.  Om dat in voldoende mate aan te kunnen en de spieren en weefsels na die felle inspanningen weer in orde te krijgen, heb je voldoende eiwitten nodig want die herstellen de (door te intensieve oefening) afgebroken spiercellen. Eiwitten consumptie is  dus essentieel voor wie aan wielrennen doet. Een traditionele biefstuk zit er vol van maar voedingssupplementen kunnen eveneens uitkomst brengen. Het eiwitgehalte van Soja (Tofu, Quorn en andere vleesvervangers) is legendarisch hoog en het vetgehalte navenant laag en helaas heeft Lance Armstrong zich  als overtuigd vegetariër nog niet gemeld als lijstduwer voor de Partij voor de Dieren.

Eiwitten hebben verschillende functies. Jongeren groeien erdoor maar ook volwassenen kunnen niet zonder. Ze gaan immers de slijtage tegen en bouwen het weefsel weer op of ‘repareren’ het. Eveneens maken eiwitten hormonen en afweerstoffen aan.  Ze zijn het ontstaan of de bron van anti-stoffen die we nodig hebben als we ziek zijn en in algemene zin voor de verdediging van onze weerstand. Bij verwonding of verbranding is er eveneens een grote toevoer nodig en uit alles kun je concluderen dat de eiwitten de bouwstenen van ons lichaam zijn. Zowel van spieren, bloed, nagels, huid, en inwendige organen inclusief ons hart en onze hersenen. Het vreemde aan eiwitten is echter dat ze voortdurend worden afgebroken. Ze bevatten immers stikstof maar die wordt in de vorm van ureum door onze nieren weer uitgescheiden. Belangrijk is dus dat de stikstofbalans in evenwicht blijft. Het lichaam moet dus evenveel stikstof uitscheiden als opnemen.

Even een theoretisch intermezzo ;  wat zijn nu eigenlijk eiwitten ? Het zijn reeksen

aminozuren.  Aminozuren vormen de basis van orgaaneiwitten. Ze worden niet door het lichaam zelf geproduceerd maar zijn toch onmisbaar. Anders plegen we roofbouw op ons lichaam. We kennen 9 lichaamsvreemde maar wel essentiële aminozuren. Deze 9 aminozuren vind je terug in vrijwel alle dierlijke eiwitten. Ook kom je ze tegen in aardappelen, rijst, groenten en sojabonen. Soja benadert zelfs vrijwel het dierlijke eiwit. In de gewone dagelijkse voeding vind je eiwitten in vlees, vis, gevogelte en in schaaldieren (voor degene die dagelijks kreeft eet).  Ook in yoghurt, melk en andere zuivelproducten zitten volwaardige eiwitten.  Onvolwaardige eiwitten zitten vooral in granen, pasta’s, brood en peulvruchten.  Wil je nu een zo volwaardig mogelijk eiwit  effect uit je voeding halen, dan moet je alle voedingswaren combineren in de wetenschap dat bladgroenten en fruit geen eiwitten bevatten.

Voor wielrenners wordt een dagelijkse hoeveelheid van 1½ gram per kg. lichaamsgewicht aanbevolen.  Dit komt overeen met een energievoorraad van ± 14 %. Voor wie een zware training combineert met een te geringe opname van eiwitten riskeert een ‘katabole’ toestand. Dit betekent dat er spiermassa wordt afgebroken. Het is duidelijk dat dit moet worden voorkomen want afname van spiermassa heeft een daling van het prestatievermogen tot gevolg en veroorzaakt zware en niet gerecupereerde benen.  Eén gevaar echter :  een te grote hoeveelheid eiwitten leidt tot overbelasting van de nieren. Dit kan tot gevolg hebben dat het urinezuur te onregelmatig wordt verwijderd en dit zorgt dan weer voor nevenverschijnselen waarvoor je moet uitkijken.  Je bloed wordt dan bijv. te zuur, je kunt er reumatische verschijnselen van krijgen en er kunnen zich steentjes in de blaas en nieren vormen. Het is ook van belang om na inspanningen de eiwitten zo snel mogelijk weer aan te vullen want dan worden ze ook het best opgenomen.  Moeilijke materie  dus die eiwitten  en als je de draad kwijt bent schakel dan tijdens een keuring je sportarts in want dat is toch degene die je naast je moeder, je vriendin of teerbeminde echtgenoot (als je normaal eet dan komt het allemaal wel in orde….) het beste van advies kan dienen.  Bij de warme maaltijd dus veel groeten en aardappelen, rijst of pasta en ongeveer een ons vlees en verder over de dag verspreidt veel zuivel, zoals kaas of melk.  De gulden middenweg van niet teveel of te weinig lijkt vooralsnog de beste, minst lastige en meest plezierige  te zijn…………