Een dag niet gelachen is een dag niet getraind ;

Het ABC van Cor Schuuring

 

Tussen de buien door begeef  ik me naar de Callandlaan waar me een gastvrij onthaal ten deel valt in huize Schuuring.  De afspraak  met de voormalige buurman van Cor Bulterman en Frans Kuiper werd enkele dagen daarvoor probleemloos gemaakt.  Cor en Rietje Schuuring wonen al jaren en jaren op de Callandlaan maar verblijven in de zomermaanden veelal in Limmen. In de gezellige en stijlvol ingerichte woning komt al snel de koffie op tafel en dat lijkt wel spraakwater want het is de rest van de avond een buitengewoon boeiend gesprek waarin het echtpaar Schuuring mij (als interviewer) geroutineerd en geanimeerd te woord staan.  Na de vraag hoe het allemaal begonnen is wordt het dus niet meer stil.

Cor werd geboren in Amsterdam Noord op 30-3 1942. Het gezin telde 8 kinderen waaronder maar 1 zus.  Alle broers voetbalden maar Cor ging eens bij het korfballen zijn licht opsteken. In deze oer Amsterdamse sport vond hij zijn draai niet en evenmin bij een muziekkorps.  Hij ging al vroeg aan het werk omdat hij niet zo’n zin had in een lange schoolperiode. Sport en een schoolopleiding werden van huis uit wel gestimuleerd maar al op jonge leeftijd trok Cor zijn eigen plan. Een hardwerkende en  eigenzinnige (maar geen eigenwijze) jongen die in de haven belandde als fietsjongen.  Daar hoorde hij voor het eerst de wielerverhalen en kwam via George van den Berg met het wielrennen in aanraking.  Het eerste ritje ging naar Hoorn maar de andere jongens namen de trein terug terwijl Cor (mede door geldgebrek) op de fiets terug ging naar Amsterdam.  Een doorzetter die al snel in de gaten kreeg dat het fietsen zoals je dat vandaag de dag noemt ‘zijn ding’ moest worden. Zijn vader liet hem nog een poosje door rijden op een gewone fiets tot hij er van overtuigd raakte dat het fietsen voor Cor geen bevlieging was.  De wil en het doorzettingsvermogen bleken in ruime mate aanwezig te zijn. De eerste racefiets van Joop  Harremans  ging ’s avonds vol trots mee naar de slaapkamer.

Het echte trainen kon beginnen en dat gebeurde altijd alleen, in weer en wind  en vooral hard. Het lidmaatschap van de A.S.C. Olympia was snel rond en het duurde niet lang voor hij werd ‘ontdekt’ tijdens de eerste clubwedstrijden.  Gevestigde namen als Bart Zoet werden ‘naar huis’ gereden en aan zijn zegekar gebonden. Op 16 jarige leeftijd begonnen en al gelijk een serie aansprekende prestaties en overwinningen.  Hij trainde op gevoel en zoals hij dacht dat het het beste was. Bootste tijdens trainingen de wedstrijd na en ‘intervalde’ al voordat het woord bestond. Trainingsadviezen waren niet erg aan hem besteedt en naast het zware werk in de haven was de racefiets een welkome afleiding. Na een jaar van wennen bij de aspiranten kwamen ook in die categorie de overwinningen en ereplaatsen. Zijn trainingen bleven hetzelfde in duur en frequentie. Cor zelf veranderde ook niet door de aandacht en complimenten. Morgen is er weer een dag en weer een wedstrijd. Zijn familie was wel apetrots maar naast zijn schoenen lopen was er niet bij. Toen al zo’n onderkoelde nuchterheid.  Op 18 jarige leeftijd kwam baancoach Arie van Vliet hem op het spoor want hij zou (als reserve) mee moeten naar Rome voor de Olympische Spelen van ’60.  Cor reed al veel populaires in HET Stadion maar had geen echt specialisme en was een alleskunner.  Op overwinningen werd niet lang geteerd en ging hij snel over tot de orde van de dag. Hij was een initiatiefnemer in iedere koers en kon goed tegen de prestatiedruk. Hoewel hij een sterk eindschot had wilde hij er toch niet vaak op wachten en kwam ook graag alleen aan.  Dit gebeurde dan ook in de meeste gevallen.  Uiteindelijk ging Rome nog net aan hem voorbij maar op zijn 20-e kruiste Joop Middelink, de bondscoach,  zijn pad.  Joop werd zijn eerste echte trainer, begeleider en steun en toeverlaat. Met een nationale titel op zak (Zandvoort met 300 !!! deelnemers) en door tussenkomst van Joop Middelink kwamen de etappewedstrijden en de internationale koersen.  Zijn vrouw Rietje leerde hij op de ijsbaan kennen.   Daar dacht ze geen wielrenners tegen te komen want als ze zich iets had voorgenomen dan was het wel ; nooit een wielrenner aan de haak te slaan.  Als een echte Schulte (Gerrit was haar oom) kwam ze uit een wielermilieu pur sang. Maar toen de vonk met Cor eenmaal was overgeslagen was er geen weg meer terug.   Nog had Cor geen duidelijk plan zoals beroeps worden en trainde gewoon door en reed (en won) veel wedstrijden.  Zijn werk in de haven was zwaarder dan de zwaarste training in een sportschool.  Ieder vrij uur werd aan het fietsen besteedt en dat wierp vruchten af.  1964 werd een memorabel jaar want  Cor trouwde niet alleen met ‘zijn’ Rietje,  in hetzelfde jaar won hij Olympia’s ronde van Nederland en werd hij geselecteerd voor de O.S. van Tokyo.

De combinatie van werk, weg- en baan wielrennen was zwaar en soms schier onmogelijk maar Cor sloeg zich er als een bikkel doorheen.  Klassiekers, W.K.’s, baanwedstrijden, etappekoersen ; Cor was erbij en reed als vanzelfsprekend voorin mee.  Plakboeken hield hij niet bij. (‘Ik ging liever trainen’)  ’S Winters werden veel gymnastiekoefeningen gedaan en in het Amsterdamse bos werd de krachttraining in clubverband gedaan. Dan rende je de heuvel op en af met een maatje op je rug.  Gefietst werd er in ieder geval niet. Dat begon weer ergens in februari als de weersomstandigheden het weer toelieten. Zijn eerste wedstrijd reed hij altijd eind april. Ondanks de geweldige palmares en een ontzettend trotse omgeving, familie en vrouw, bleef hij broodnuchter. Hij was wel blij en tevreden maar ging ook snel weer over tot de orde van de dag en schreeuwde het zeker niet van de daken.  Zijn absolute hoogtepunt werden de O.S. van Tokyo. De ploegachtervolging met 3 andere Amsterdammers (Cornelisse, Oudkerk en Koel) en  in een olympische ambiance verkeren was geweldig. Je ontmoette er Godefroot, Sercu, Merckx en alle andere sporters van heel dichtbij. Natuurlijk ook de grootste lol in het olympisch dorp maar als net getrouwde kerel, 6 weken van huis zijn viel niet mee.   Hij wist bij terugkomst in Nederland niet wat de resultaten teweeg hadden gebracht en was hogelijk verbaasd over het enthousiasme.  In de daaropvolgende winter werd het prof contract getekend en werd de Amstelploeg van Herman Krott verlaten.  Cor werkte bij het accubedrijf van Krott maar had zelf ook een enorme accu. Bij de profs werd duidelijk harder gereden maar je moest je vooral kunnen schikken in een rol als ‘knecht’. Hoewel de uitslagen goed waren was het bestaan als prof geen vetpot.  De inkomsten moesten komen uit kermiskoersen en criteriums.  Cor was zo’n  familiemens  dat het vele van huis zijn hem tegen begon te staan.  De aanstaande geboorte van het eerste kind van Cor en Rietje belemmerde zijn eerste Tour deelname ; Cor wilde thuis zijn, laat daar geen misverstand over bestaan !  De Cabalero-ploeg werd zijn volgende ploeg waarin hij als prof  4 jaar reed. Hij werkte erbij in de bouw om meer bij zijn gezin te kunnen zijn en stopte als prof op 30-jarige leeftijd. Zonder af te trainen kwamen de opvliegers en kriebels al snel weer terug en startte hij langzaam weer in de amateurcompetitie. Omdat hij zo rustig en nuchter was werd hij alom gerespecteerd in het peloton door aankomende talenten zoals Kuiper en Knetemann. Hij won in zijn laatste jaar nog 17 wedstrijden maar toen zijn dochter het welletjes vond viel het besluit snel ; stoppen en nu definitief.  Cor bleef een doorzetter, was nooit ziek, plichtsgetrouw, doen wat je beloofd hebt en andere eigenschappen die hij door de wielersport had ontwikkeld waren natuurlijk ook eigenschappen die je in een gewone baan prima kon gebruiken.  Ze werden de basis voor Bouw- en Montage bedrijf  C. Schuuring, voor de beste dak- en gevelbeplating.  Door zijn goede contacten uit de actieve wielerperiode bleef hij mensen ontmoeten als Derksen, Post, Krott, Jansen, Zilverberg, Kuiper en vele anderen,  Er wordt gedold en er worden herinneringen opgehaald maar vooral lekker gegeten.  Hartverwarmend allemaal. Door zijn indirecte bemoeienis met het wielrennen was hij ook jarenlang de ideale nam voor de organisatie van de Olympia sluitingsrit en stond inmiddels al het halve profpeloton bij Olympia aan de start.

Het ABC is grondig op papier voorbereid en met de nodige vellen papier op tafel startten we ;

A.; Amsterdam. M’n geboorteplaats. Als stad heb ik er niet zoveel mee want ik zou liever ‘buiten’ wonen.  Je moet je afkomst ook niet verloochenen.

B.; Broers. Onmisbaar en een geweldige familieband. Vergeet mijn enige zus niet hoor. Baan en dan vooral de achtervolging en de zesdaagsen. 1 x als prof deelgenomen aan en 6-daagse maar dan is het als onervaren renner niet gemakkelijk.  De Bultermannen. Heel sociale mensen met een enorme clubliefde en toewijding.  En wat dacht je van biefstukken.  Toen ik pas getrouwd was kwam mijn moeder kijken of Rietje wel een goede biefstuk voor me bakte.

C.; Cor was vroeger een veelvoorkomende meisjesnaam. Ik heette dus tot mijn 15-e Cees. Dat gaf later dan nog wel eens de nodige verwarring en dat was dan wel lachen hoor.

D.;Dirk, mijn oudste broer. Ging altijd mee naar de koers. Zat ik met een fiets om mijn schouder achter op zijn motor naar bijv. Groningen.  Derksen.  Zo wil ik ook wel oud worden. En nog goed bij de pinken ! De baantrainingen van Derksen waren wel heel bijzonder. Als wegrenner was je lange en zware trainingen gewend maar op de baan moest het kort en flitsend en vooral ; rusten, veel rusten.  Niks voor een wegrenner als ik….een heel apart cultuurtje. Discipline is voor mij zo vanzelfsprekend de basis van iedere prestatie……..

E.; Eenling. Dat is bij mij altijd zo geweest.  Nog steeds deel ik het liefst mijn eigen tijd in en wil eigen baas zijn. Niet in de familie natuurlijk.

F.; Familieziek. Als renner kon ik dus niet lang van huis zijn en dat is niet minder geworden. Olympia hoort natuurlijk ook een beetje tot de familie.  Een grote F is Faanhof.  Henk is een verenigingsmens in hart en nieren en een fantastische voorzitter geweest.

G.; Gekke Gerrit en toch geaccepteerd worden. Ik ben een ongecompliceerd mens. Geschiedenis en vooral die van de 2-e wereldoorlog. Enorm boeiend.

I.; Italie.  We komen er al 18 jaar. En met de hele familie he ! Ook de wintersport in de Italie. In Italie wordt je als een sportheld en vedette behandeld. Ik zit er niet op te wachten maar  ik kan ook niet ontkennen dat het leuk is en zo zijn voordelen heeft.

J.; Japan dus ! Tokyo en brons. Een geweldige ervaring. Verder commentaar overbodig.

K.; (Klein-)Kinderen .  Niets belangrijker dan dat !! Ze hebben gelukkig allemaal wel iets met sport te maken. Ik kom met mijn kleinzoon wel eens in het Velodrome. De oudste is 10 en ik denk wel eens was ik maar eerder Opa geworden.  Als Opa sleep ik me van hot naar haar.  Kinderen moet  je nog geen topprestaties laten leveren.  Kind zijn is ook belangrijk.

L. Limmen.  Ons zomerverblijf. Prachtige fietsomgeving zo dicht bij de duinen.

M.; Middelink. Het huis van de zoete inval.  Een perfecte coach die ook aandacht had voor de psyche van de renner. Raad en daad van de bovenste plank. Gelukkig heb ik voor Joop Middelink nog een prachtige feestdag kunnen organiseren.  Dat feest is de voorloper geworden van de latere sluitingsritten met prominenten.  Meedogenloos ; vooral voor mezelf en minder voor anderen.  Ik was niet zo’n killer.  Niet ten koste van alles dus……..

N.; Namen hebben we al genoeg genoemd, hoewel je er altijd een paar vergeet zoals Frans Mahn en Piet van Heusden.

O.; Olympische Spelen en natuurlijk Olympia’s ronde door Nederland.  Organiseren doe ik ook graag.

P.; Eigenlijk heb ik altijd Piloot willen worden. Tijdens trainingen kon je toen gemakkelijk bij de landingsbanen en in de hangars komen. Menig prachtig uurtje beleefd.

Q.; Quiche. De hartige taart. Rietje houdt van lekker koken.  Quarantaine heb ik wel eens meegemaakt toen ik na een ziekte vanuit Italië werd gerepatrieerd naar Nederland. Geen lolletje, dat kan ik je verzekeren !

R.; Rietje dus, mijn steun en toeverlaat. Weet en regelt alles. Soms denk ik dat ze gedachten kan lezen.

S.; Sport. Naast het zelf beoefenen wil ik wel eens in de passieve zin televisie kijken en dan vooral naar een klassieker of een grote ronde. Het commentaar geeft je wel eens kippenvel.

T.; TACX. Een geweldige kerel die Koos Tacx. Hij doet zoveel voor (oud-)renners , hartverwarmend zijn uitstapjes. Iedere keer weer een reünie.  Nog een paar T’s ;

Toekomst van het wielrennen zie ik positief tegemoet. Trouw zijn aan hetgeen je dierbaar is !

Thuis zijn ; een dik boek lezen, heerlijk.

U.; Uithoudingsvermogen ; nog steeds in ruime mate aanwezig.

V.; Vriendschappen zijn een grote rijkdom. We hebben er gelukkig veel. Verstandig zijn is net zoiets als je verstand gebruiken.

W.; Wintersport. Weer Italie dus. Heerlijk die rust en ruimte. En de familie dus he ?  De W van wielrennen ? Ook niet onbelangrijk.  Warm zetten ! Dat je niet weet wat dat is ? ; masseren. Da’s geen flauwekul maar belangrijk ook voor de wedstrijdvoorbereiding.

X.; Xylomethazoline. Vroeger heette het Otrivin en er zitten sporen van Efidrine in. Dus geen neusdruppeltjes gebruiken met een X  als beginletter.

IJ.; Boven het IJ geboren. Ideale fietsomgeving die polders.  En de nooit aflatende wind is je beste trainingsmaatje.

Z.; Zweden. Ik zou er niet willen wonen maar het landschap en de mensen spreken me enorm aan.  Uitgestrekt en reuze rustig. Heerlijk fietsland ook.