Als het in december weer eens snijdend koud is rijd ik naar de Brink in Betondorp om het hartverwarmende verhaal van Ger Hermans op te tekenen. Ik word verwelkomd met een gastvrijheid waar GER’s bedrijf bekend om staat. Naar een stoel is het wel even zoeken want hier wordt staande gewerkt. Ger steunt de rest van de avond op een aan het plafond hangend frame, omringd door gereedschap en onderdelen. ‘Kijk’ zegt Ger ‘’s’avonds wordt ik niet gestoord door binnenstappende klanten en dan doe ik nog veel servicewerk en meet ik fietsen aan ‘. ‘Hoe het allemaal begonnen is’ wil ik weten en dan volgt een verhaal waar bijna geen vraag meer bij hoeft te worden gesteld.
‘Eigenlijk had ik in de Westerstraat geboren moeten worden want daar woonden mijn ouders in een tijd van vreselijk grote woningnood, illegaal op een woning. Ze werden, zeg maar ‘verlinkt’ en moesten verhuizen naar de Rustenburgerstraat in de Pijp. Daar werd ik geboren en groeide ik vanaf 1952 op in een gezin van 5 kinderen’. Vanaf de technische school kreeg hij z’n belangstelling voor het wielrennen deels door vriendjes maar ook omdat er in de familie grote wielrenners waren geweest zoals zijn ome Piet Lucas. Niet onbelangrijk ook is om te vermelden dat het gezin Hermans verhuisde naar de nieuwe Westelijke Tuinsteden. Hier hoorde Ger ’s avonds de grote motoren knallen als ze hun wedstrijden reden op het Olympisch Stadion. Eenmaal zelf wielrenner mocht hij óók in het Stadion rijden en de kunst was dan om te doen of je het heel gewoon vond terwijl je wel kon juichen zo’n eer vond je het om daar te mogen rijden. De grootsten der grootsten reden er en je kon er bij wijze van spreken je idolen aanraken. Ger begon als wielrenner bij de aspiranten maar kwam al snel ‘bovendrijven’. Naar Olympia dus…en de successen regen zich aaneen. ‘Ik ben altijd lid gebleven dus al ruim 40 jaar hè’. Trainingen die hij zich nog herinnert als de dag van gisteren waren die ín maar vooral óók rondom het Olympisch Stadion. Je reed dan pilonnenwedstrij-
den tussen de zuilen en pilaren door, met een lang lint van renners in je wiel. ‘Veel lol gehad maar ook op z’n tijd goed afgezien’. Na een goede amateurtijd moest Ger in militaire dienst en daar werd de als elektricien opgeleidde Ger, fietsenmaker. Aansluitend naar RIH-sport in de Westerstraat. Hij ging ook in de straat wonen waar hij eigenlijk geboren had moeten worden ; de Westerstraat dus en hij woont er nog steeds.. Trouwde er met Andora en hun zoon Eric werd er geboren. 18 jaar werkte hij voor en bij de fa. RIH maar via een baan bij Bouke Koevoets (2 jaar bij GINO gewerkt maar bovenal veel gelachen !) vestigde hij zich als zelfstandige op de Brink in Betondorp om de langgekoesterde wens van een eigen bedrijf in vervulling te zien gaan. Eerst nog in alle soorten twee-wielers waaronder ook gewone stadsfietsen maar al snel bestond het klantenbestand uitsluitend uit de ‘echte’ wielrenners én serieuze liefhebbers. Da’s dus nu al weer 10 jaar geleden en eigenlijk komen jullie dus precies op tijd want 2004 is een jubileumjaar voor GER Bikes. En zoals Ger jarenlang z’n vertrouwde plek en rol in het peloton had zo heeft hij nu al weer 10 jaar lang zijn dik verdiende plaats onder de Amsterdamse fietsenmakers veroverd. Toegewijd, service gericht, opgeruimd en met een enorme ervaring en deskundigheid ! Van harte gefeliciteerd GER ; namens alle lezers van het WV-Amsterdam clubblad.
‘We moesten maar eens beginnen met je ABC vind je niet ?’ ‘Prima…, ik heb alvast een paar ‘dingen’ op een papiertje gezet, dat praat wat gemakkelijker’ zegt Ger. ’t Was nog niet tot me doorgedrongen dat Ger enige moeite ondervond bij het vertellen van z’n verhaal want zo’n vlotte babbel hoorde ik nog nergens.
A.; Andora. We zijn al meer dan 20 jaar getrouwd, mijn grote liefde waarmee ik ook al 10 jaar ‘de zaak’ doe. Ze heeft er haar eigen praktijk voor voetzoolrefexzone therapie voor opgegeven omdat GER Bikes hier in Betondorp teveel tijd vergde. En Amsterdam natuurlijk.
Een afmaker was ik als renner niet echt en daarom eindigde ik vaak op de 2-e stek.
B.; Baanwielrennen is mijn grootste hobby. Fantastisch ook om naar te kijken. Ik ben nu gelukkig in de gelegenheid om een paar talentvolle wielrenners met materiaal te sponsoren waaronder ook baanfietsen. Zo wordt je allround en om een betere renner te worden heb je toch ook de baan nodig. Op de baan valt er ook niets te verbergen. Als je er stuk zit dan valt dat gelijk op. De B van Betondorp. Ik ben er door het toeval terecht gekomen maar het wordt nu toch wel aan de erg krappe kant.
C.; Cornelissen. Er is geen renner die zó goed de koers weet te lezen als Michel. Vanaf z’n jeugd ken ik hem al en heb ik hem begeleid. Een onderschatte coureur. Kijk eens naar de ploegen waarvoor hij heeft gefietst. Hij had een goeie babbel maar kwam ook enorm op voor iedereen. Nam geen blad voor de mond en eigenlijk altijd terecht. Feitelijk de enige grote Amsterdamse wielrenner van de laatste jaren. Hij gaat zich gelukkig weer met het wielrennen bemoeien. Hij had zoveel karakter, da’s niet te beschrijven. Hij was erg slim en kon doorzetten en vreselijk, vre-se-lijk diepgaan…... Hij heeft grote wedstrijden gewonnen en meerdere malen Parijs Roubaix in dienst van anderen gereden die dan wonnen. Vergeet de baan niet hè, daar kon ie ook uit de voeten hoor ! Hij reed z’n kloten eraf …. En op alle onderdelen goed, een échte alleskunner !
Campagnolo ! Wat een uitstraling. Als je alleen al ziet hoe ze hun naam schrijven. Ik heb ook wel wat met Italiaanse producten. Fietsen, auto’s noem maar op… Gevoel voor schoonheid en daarnaast óók heel goed.
D.; Dronten hè. Ik heb er tot mijn 35 ste gereden voor Olympia. Ik ben geen polderjongen maar heb dáár wel mijn beste herinneringen op wielergebied liggen. Het hoogtepunt is natuurlijk ons Nederlands Kampioenschap in 1970 met als maatjes Theo de Vries, Dick Nijhuis, Anton Hens en Ruud de Vries. Begeleid en verzorgd door Rinus de Bruijn en Wim Remkes. Erg belangrijk. Er waren zelfs grote vergaderingen die vooraf gingen aan de selectie en afvaardiging. Iedereen denkt er wel even aan mee te kunnen doen en anders heb je natuurlijk nog de vaders die zo hun eigen ideeën en verwachtingen hebben over kindlief.
Discipline en doorzettingsvermogen zijn misschien wel de belangrijkste D-en
E.; Erik mijn zoon. Hij heeft weinig met wielrennen maar is wel op voetbalgebied sportief. Hoog niveau gehaald ook. Fijne gozer die z’n weg in de bouw heeft gevonden.
Eendracht polder. Daar had Olympia het polder-/-weg parcours. Ik weet nog dat we het officieel openden met Henk Faanhof en Jan Derksen voorop. Trots dat we waren…. De kantine hebben we nog meegenomen naar het huidige parcours. Een kleine keet die stond op de plek waar nu WVA zit. Was wel een betere finishplaats dan die we nu hebben.
Van mijn vak ben ik eigenlijk elektricien, ook een E. Een EYE-opener voor me was toen Cor Schuring een gat dicht reed na een lekke band. Ik reed als 1-e jaars amateur mee met de profs. Ik stierf bijna in het wiel terwijl de echte profs met de handjes op het stuur zaten. Toen wist ik wel dat er voor mij geen profleven was weggelegd.
F.; Vanaf m’n 15 al bezeten van het fietsen. Mijn vader heeft geen wielerloopbaan gehad omdat de oorlog er tussen kwam en er later door de wederopbouw geen tijd voor was. Piet Lucas (de broer van mijn moeder) was wel een topwielrenner.Ik begon bij Ulysses maar al snel makte ik de overstap naar Olympia omdat je (als je iets wilde bereiken) toch dáár moest zijn. Prima georganiseerd en helemaal de juiste wielermentaliteit en begeleiding.
G.; Gein. Bij alle afzien moet er toch ook wel gelachen worden anders houd je het niet zo lang vol. GER Bikes ; ook niet onbelangrijk. Mooie geometrie (Italiaans dus!) ‘Vind je dat ik een aanstekelijke lach heb ?? Ik zie wel graag ergens de humor van in. Niet altijd hyperserieus hoor… Een beetje bedekte én droge humor vind ik nog leuker dan moppentapperij’.
H.; Herinneringen waaruit je lering kunt blijven trekken. Het wielrennen vormt je als mens toch enorm. Samenwerken, resultaten en overwinningen behalen, lid zijn van een club met een grote historie. De H van Levi Heijmans en Eva Heimans. Grote talenten die gelukkig de baan koesteren. Levi gaat een heel grote worden en Eva praat al bijna net zo snel als dat ze fietst. Zonder iemand iets te kort te doen ; het zijn mijn apegatjes en oogappeltjes. Hercules, de worstelvereniging daar bracht ik mijn winter wel eens door. Een heel leuke herinnering. Hooikoorts. Een lastige kwaal voor een wielrenner.
I.; Italie. Alles wordt mooier als het Italiaans is. Niet uit te leggen. Ome Piet Iekelaar.
Was zelf een heel goeie wielrenner geweest maar vooral een groot clubmens (de Germaan). Voor hem had ik heel veel sympathie want hij deed zoveel voor de sport en het Amsterdamse wielrennen.
J.; Jong, ook een J. Volgens sommigen ben ik net aan mijn 2-e jeugd begonnen. En je bent nooit te oud om te leren. De Jordaan niet vergeten ! Kun je vandaag de dag trots op zijn als je er woont. Dat was vroeger wel anders.
K.; Kampioenschappen. Alleen het sfeertje al. Toch heel anders dan een gewone wedstrijd.
Er zijn inmiddels ook al heel wat renners kampioen geworden op een fiets van GER. Ik houd het niet bij. Knetemann met de K van Kanjer en Kampioen. Wil je Wessel van Keuk niet vergeten ? Daar ga ik al vanaf mijn jeugd mee om. Een echt zondagskind en levensgenieter. Heerlijke familie te beginnen bij Ome Jan van Keuk. Noppie Koch bezorgde me een van de mooiste resultaten uit mijn loopbaan achter de grote motoren. Tjonge wat een geweldige gangmaker !!! Wim van der Kaaij van RIH daar heb ik 18 jaar met het grootste plezier gewerkt.
L.; Lezen. Heel belangrijke afleiding en op allerlei gebieden van romans tot science fiction. Dagelijks een half uurtje. Vroeger kon ik niet stoppen. Zelfs hele nachten las ik door. Ik denk dat ik er wel een koers door verloren heb. Op vakantie gaat wel een stapel boeken mee.
M.; Mijn MOEDER. Ik gun iedereen zo’n goeie relatie met zijn moeder als dat ik heb. Ome Joop Middelink was als een tweede vader voor me. Hij had zoveel geduld met me en tijd voor me. Hennie Marinus : klein van stuk maar een grote kerel en een mooi ABC voor hem.
N.; Najaar. Ik reed dan wel goed maar had én heb een nogal duidelijke voorkeur voor de zomer. Dat wisselvallige (op z’n Amsterdams gezegd kloteweer) van het najaar en de herfst was aan mij niet besteedt. Toch moest je dan juist wél in vorm zijn i.v.m. Dronten.
O.; ‘Olympia. Of ik verder nog iets bij de O heb? Moet dat dan. Je kunt er een boek over schrijven. Ik ben er al ruim 35 jaar lid van en niet voor niets hè. Mijn ideaal is en blijft toch één grote Amsterdamse wielrenvereniging. Stel je eens voor ; in eendrachtige samenwerking’.
P.; Post. Vroeger stond ik in de rij om een glimp van Peter Post te kunnen opvangen en nu komt hij hier wel eens koffie drinken en ‘mag’ ik z’n fiets onderhouden. Een pur sang sportman en wielrenner. Moet hij niet eens een ABC krijgen, dán krijg je nog ‘ns wat te horen. Publiek. Je moet niet vergeten dat je voor publiek rijdt. Toen ik de baantrainingen van Jan Edel overnam en samen met Frans Mahn de baantrainingen deed, vertelden we de jonge renners al dat ze moesten inspelen op het publiek. Klaas de Vink werkte zich toen helemaal suf voor Olympia. Ploegentijdrit, een heel belangrijk onderdeel van de wielersport.
Q.; Moet ik iets met de Q hebben ? Een chocoladeletter Q is wel lekker lang.
R.; RIH. Ik heb er het vak geleerd en ook veel fijne kneepjes. Een heel standvastig merk maar ik ben ook blij dat ik nu mijn eigen visie vorm kan geven.
De R van Raggen. Je ‘eigen’ pijn doen en dan hopen dat een ander dan nog meer pijn heeft.
S.; Slimheid is sluwheid zonder gemenigheid. Met open vizier strijden betekent ook dat je niet om in wielertermen te spreken ;’eerst het bord van een ander leeg eet voor je aan je eigen bord begint.’ Het kan je menige overwinning kosten maar je hebt wel altijd strijd. Strijdlust is heel belangrijk. Het publiek wil ook wat hè ? Stakenburg als gangmaker. Je moest soms later de keggen weer vastslaan die waren losgetrild na een stayerswedstrijd ‘op Sloten’.
De S van de familie Schuring. Altijd welkom bij ze. Heel veel bewondering voor het atletisch vermogen en hun prachtige ‘zit’ op de fiets. Ik heb meer met stayeren dan met sleutelen. ’s Avonds in het Stadion die vlammen uit die motoren en die onwaarschijnlijk snel draaiende benen………schitterend ! Een figuur als Jaap Oudkerk ; man wat een stylist !!! Mijn favoriet hoor….aardige kerel en een monument in de wielersport.
T.; Trainen. Niet om het idee te hebben dat je er beter van wordt maar gewoon om het gevoel te hebben ; ‘ik heb lekker getraind’. Ook in groepstrainingen verder gaan dan goed voor je was maar dat gaf niets. Knallen en raggen…… De volgende dag kwam je er dan wel achter dat ‘je stond als een emmer’ maar ik ben nog steeds wel een beetje een trainingsbeest.
U.; Ulysses. Veel respect voor, grote bewondering ! Je kunt het vergelijken met Ajax - Feijenoord. Ulysses was de werkersploeg (niet lullen maar poetsen !) en Olympia was ...ja vul maar in….stylisten ? Ze werken gelukkig prima samen de laatste jaren.
V.; Ruud de Vries. Een heel goede vriend van me. Met hem ben ik begonnen met fietsen. Hij kon behoorlijk sprinten en had wat meer tijd voor trainingen dan ik. Of ie beter was dan ik ? Tsja…vraag het hemzelf eens….
W.; W.V.A. Geweldige vereniging . Perfect georganiseerd ! Maar…..; tegenwoordig denkt iedere krasse knar dat ie tot na z’n 60-ste kampioen kan blijven worden ; ’t bloed kruipt waar het niet gaan kan hè ? Het grote nadeel is wel dat je geen kader meer overhoud voor het normale verenigingswerk. Als je vroeger stopte wanneer je tussen de 35 en de 40 was dan dook je het verenigingsleven in (‘iets terugdoen’) maar vandaag de dag denken ze allemaal nog dat ze jonge goden zijn en is er bijna geen bestuur meer kompleet.
X.; Ik zie de X niet zozeer als letter maar als een maatteken of een keerpunt, een kruising.
IJ.; IJshockey. Via de Boretti Tijgers ben ik erin gerold. Snelheid, explosief en atletisch.
Nooit ellende of gedoe. Heerlijk sfeertje en veel emotie. Daar ben ik erg gevoelig voor !
Z.; Zondags een ‘stukkie’ fietsen maar vooral de Z van zesdaagse. In de zesdaagse zie je zoveel vakmanschap, ongelooflijk ! Daar zie je het verschil tussen goedwillende amateurs en échte profs………..
Genomineerd ; Theo de Vries, Harrie Jansen, Wessel van Keuk, Hans van der Sloot, Cor Schuring. Jammer dat Michel Cornelissen geen WVA lid is. Dat mag geen mister nobody zijn.
Lastig hoor zo’n ABC. Je piekert je suf en denkt toch dat je iets of iemand vergeet of tekort doet. ’t Lijkt wel een therapie……………