Is de clubkampioen ook een ‘ware’ Flandrien ???

Van wereldkampioen  Alessandro Ballan werd het al jaren gezegd ; dat is een ‘ware’.  Hij was door het Vlaamse publiek en  door de wielerkenner al lang gebombardeerd tot Flandrien met Italiaanse wortels. Een noeste stoemper met groeven in het gezicht.  Maar toen een journalist het aan Ballan zelf vroeg  zij hij ; ‘een Flandrien, wat is dat ? Aha, eentje met een testa dura, een harde kop.   De afgelopen jaren kon ik goed mee op de Vlaamse keien maar nu ik ‘de  Ronde’ op mijn naam heb, worden dit soort vragen me gesteld. Ik was er zelf niet zo mee bezig. Michael Boogerd die naast de Waalse en Limburgse heuvels ook de Vlaamse klassiekers goed verteerde, heeft andere bewoordingen nodig ; ‘een Flandrien is een noeste arbeider in weer en wind maar óók een renner die goed rijdt, een krachtige pedaaltred heeft, in de aanval gaat, nooit opgeeft en maar door blijft stoempen door stof of modder.  Een type Flecha’  aldus Michael.

Een Flandrien wordt steevast geassocieerd met ‘de Ronde van Vlaanderen’. Ook wel ‘Vlaanderens mooiste’ genoemd.  Curieus is dat de winnaar zelden een ‘moeders mooiste’ opleverde. De leeftijdsuitersten leveren het bewijs ; ‘de Ronde’ met destijds een lengte van 280 km !!! werd door Rik van Steenbergen al op 19 jarige leeftijd gewonnen en  Andre Tschmil die gelijk na aankomst verklaarde ‘de schoonste koers der koersen’ te hebben gewonnen was met zijn 37 jaren al tot de rangen der veteranen toegetreden.    Het woordenboek biedt geen uitkomst , van Dale kent het woord Flandrien zelfs niet. Ooit was het een scheldwoord zegt kenner en schrijver Herman Chevrolet.  In zijn boek over de opkomst en ondergang van een wielersoort ; ‘de Flandriens’ (uitg. de Arbeiderspers ISBN 978902956457).  De Vlamingen kwamen in de crisisjaren van de vorige eeuw  op zoek naar ‘smerig’ werk, naar de Waalse industriesteden en werden vanwege hun lompheid en veelvuldige dronkenschap voor Flandriens uitgemaakt. De Vlamingen maakten er een Geuzennaam van. De eerste keer dat het in de wielersport werd gebruikt was door Karel van Wijnendaele,  journalist, organisator en grondlegger van de Ronde van Vlaanderen. Hij gebruikte de term voor een groep baanrenners die met hun stoere onoverwinnelijkheid naam maakten en faam verwierven. Flandrien werd synoniem voor verbetenheid en onverzettelijkheid.  Renners die zich liever leeg knokten om hun armetierig bestaan te overstijgen dan te verliezen.   Vuile trucjes hoorden daar niet bij. Het ging om eerlijke kerels die man tegen man hun duels uitvochten, niet aan broeken trokken of combines vormden. De koppige en wilskrachtige Vlaming werd echter danig geromantiseerd. Briek Schotte zei eens ; ‘amai, afzien is ook acteren’.  Sylvere Maes en Marcel Kint zegden het hem na. De sterke Johan Musseeuw en de met minder koersinzicht gezegende Ludo Diercksens passen nog goed in het rijtje, net als Peter van Petegem.  In Monaco wonende wielermiljonairs als Tom Boonen doen daar niet meer aan denken. Toch won Tommeke ‘Vlaanderens mooiste’  2x.

De Italianen maakten een inhaalslag ; Magni, Bartoli, Bugno, Argentin, Tafi maar ook de Nederlanders Raas, Lammerts en Kuiper wonnen. Bij gebrek aan Vlaamse winnaars is de mythe zichzelf aan het versterken.  De toeschouwersaantallen blijven stijgen en Ballan noemt het  ‘magie, pure magie,  dat fietsen langs duizenden niet-, half- en geheel dronken  maar vooral feestende Vlamingen’.  Veel Italianen die van de Vlaamse keien hielden werden Flandriens (genoemd). Of het nu begin april regende, de stofwolken opwaaiden ; de Italianen stonden massaal aan de start.   Martin Ros schrijft ; ‘In de oertijd van de Vlaamse klassiekers regende het altijd en jakkerden de renners onder turbulente wolkenfresco’s  en door altijd malse winderige landschappen maar voort.’  Dat de namen van een aantal gekende muren ons ‘Ollanders’ nog steeds veel vrees inboezemen laten we maar in het midden. De Berendries, Eikenmolen, Kapelmuur, Taaienberg, Paterberg, Koppenberg, Kluisberg, de Wolvenberg en ter afsluiting de Knokteberg houden ook bij ons de mythe in stand.  Vooraf speculeren we erop los en achteraf zit iedereen zoals Ed Snijders het altijd placht te zeggen weer rondom 18.00 uur aan tafel, een enorme ervaring rijker en soms een illusie of wensdroom armer. Dat de ronde de laatste 20 jaar meestal in rustig lenteweer werd verreden in een waterig zonnetje met temperaturen van rondom de 20 gr. is dan ook geenszins onderdeel van de mythische verhalen vol van wielerheroïek. 

Chevrolet besluit dan ook ; ‘we moeten al met al concluderen dat de Flandriens het product zijn van journalistieke verzinsels, misplaatst nationalisme en vooral valse romantiek. Toch zijn de Vlaamse klassiekers zwaar, loodzwaar. De renners maken weliswaar de koers maar de ambiance en het mediaspektakel doen de rest’.

Toch zijn de omstandigheden waaronder onze clubkampioenschappen bij WV-Amsterdam worden verreden (en  dat geldt ook voor het Kampioenschap van Amsterdam) vergelijkbaar met die in de Vlaamse ronden. Altijd vroeg in het seizoen verreden, de winter doorgebracht in de schuur op de Tacx,  de verwarmde latten van het Velodrome gegeseld, in het veld geploeterd en geploegd of gewoon als een ware bikkel doorgefietst door regen, hagel, sneeuw en dus door weer en wind en…..nerveus en met tamelijk hoog gespannen verwachtingen aan de start. Is dan de clubkampioen van WV- Amsterdam dan niet toch …een ware Flandrien ?

We zullen zien wie de opvolger wordt van zowel Stijn Devolder als ook van onze eigen clubkampioenen B. Dolfin en G. Smit.   Komt allen naar de clubkampioenschappen, haal anderen over dat ook te doen, laat je niet afschrikken door de erelijst en kroon jezelf na afloop tot Fandrien van Amsterdam. Kun je mee thuis komen….en in de kantine staat na afloop de koffie of de chocolademelk klaar.

Vriendelijke en sportieve groeten,  Han Wind.