Een gekend hardrijder : Kees Cohen

‘mijn grootste concurrent ben ik uiteindelijk toch zelf’.

Op mijn uitnodiging om eens te praten voor een clubblad interview kwam een razendsnel maar ook cryptisch antwoord ; ‘Ik voel me zeer vereerd maar het lijkt me gezien mijn matige prestaties een beetje overdreven’.  Als het dit jaar matig is gesteld met de prestaties van Kees, hoe ziet dan een seizoen eruit waarover hij tevreden is ? Reden te meer om hem eens aan de tand te voelen.  John Mens vroeg me Kees ‘het Kanon’ Cohen  eens te interviewen en een verzoek van de voorzitter leg je niet zomaar naast je neer.  Op schootsafstand van het wielerparcours Sloten  bel ik op een mooie zomerochtend aan en wordt hartelijk verwelkomt in een huis waar zichtbaar met plezier wordt gewoond. Niets zichtbaars ademt of riekt naar wielrennen hoewel ik vanuit een ooghoek Wilfried de Jong’s  ‘De man en zijn fiets’ zie liggen.  In een oase van  rust beginnen we ons gesprek over de wielerfascinatie van Kees maar wat hij eerst even gezegd wil hebben  is dat het clubblad er levendiger op is geworden nu er niet alleen maar wedstrijdverslagen in staan.  Kom op leden, schrijf ook eens een stukkie  !

‘Hoe dat wielrennen mijn leven  binnen is gekomen ?  Nee, ik heb geen wielerfamilie en ook mijn vrouw komt niet ‘uit het wielrennen’. Voor ik mijn  1-e fiets kocht beoefende ik nogal wat  andere sporten. Natuurlijk voetbal maar ook volleybal, basketbal, karate, zwemmen, tafeltennis, judo en schaatsen. Al snel kwam ik erachter dat ik geen teamsporter was omdat ik vaak fanatieker was dan ‘de rest’. Dat gaat dan al snel irriteren.  Ambitie was me niet vreemd en toen mijn vriend en WVA lid Han Tuijnenburg me in contact bracht met wielrennen bij WV-Amsterdam werd ik al snel lid van de club’. Kees vertelt dat zijn ouders niet overliepen van enthousiasme bij de gedachte aan wielrennen maar dat was  juist een reden om er toch aan te beginnen. ‘Na de MAVO begon ik mijn koksopleiding in het leerlingenstelsel en door de onregelmatige werktijden werd er veel in kleine groepjes van max. een man of 8 getraind. Aan leren had ik een broertje dood maar de ambitie won het en daardoor begon ik aan een HBO deeltijdopleiding consumptieve technieken en die leidde tot een 2-e graads lerarenbevoegdheid. Je levenlang instellingskok zijn was ook geen aanlokkelijk vooruitzicht voor me’. Toen werden de kwaliteiten van Kees wel snel duidelijk. Organiseren, roosteren, enthousiasmeren en motiveren. Van kleine toprestaurants naar  de grote en daar de ‘boel op poten zetten’. Maar 60 uur per week werken lieten weinig ruimte tot intensief trainen.  Voor personeelswerk en bedrijfsadministratie was nog een 3-jarige avondopleiding noodzakelijk en zo rolde hij het personeelsmanagement in.  ‘Veel geleerd, vooral strak en gedisciplineerd organiseren’.

Inmiddels getrouwd  met Hendy en trotse vader van een dochter en zoon lokte een eigen onderneming in de consultancy.  De vaste baan werd meer en meer parttime en het eigen consultancybureau werd uitgebreid tot een fulltime eigen bedrijf. Een bedrijf  ‘aan huis’ biedt ook weer gelegenheid tot het indelen van je eigen tijd. Het fietsen kon weer goed worden ingepast en de resultaten kwamen ook weer tot bloei.  ‘Een trainingsbeest ? Nee hoor. Als ik naar de uitdraai van mijn fietscomputer kijk, dan kom ik inclusief wedstrijden zelden boven de 7 uur per week op de fiets’.  Kwaliteit boven kwantiteit dus !! Lid van WV-Amsterdam sinds 1991 en gelijk ook wedstrijden. En in de regio liet hij zich ook niet onbetuigd. ‘Je naam als hardrijder is snel gevestigd hoor. Nee, met materiaal heb ik nooit iets gehad. Bijna altijd een 2-e handsfiets en Ger doet het groot onderhoud en zelf kan ik kleine zaken repareren Ger is als oud clubsponsor een heel belangrijke man die zijn vak verstaat en vooral ook een gezellige en ‘Amsterdamse’ winkel heeft.  De karaktereigenschappen die een wielrenner nodig heeft om met voldoening en succes te kunnen rijden had ik al wel maar het fietsen heeft ze wel versterkt.  Naast het individuele vind ik vooral de kameraadschappelijke kant van het fietsen heel belangrijk.  Dat vind ik bij WV-Amsterdam. Al die ‘oliemannetjes’ die de boel draaiende houden ;  geweldig.   Wie de grootste invloed hebben gehad op mij als wielrenner ?  Natuurlijk en allereerst Han Tuijnenburg, mijn beste vriend !  In de beginperiode vooral ook Ed Snijders. Ed zag gelijk mijn ambitie en potentie als renner en was enorm enthousiast. Ed was coach en aanjager tegelijk. Hij gaf je heel veel zelfvertrouwen. Van zo’n ouwe rot neem je het ook aan hè ? Stond ie zomaar op zondagmorgen aan de kant bij DTS of de Kampioen om je aan te moedigen. En net zo blij en enthousiast met mijn vorderingen en prestaties als ikzelf.

Waar ik het meest van geniet ? Tsja….ik stel me pas doelen als de gelegenheid zich voordoet.  Als een sprinter zou ik nooit kunnen rijden hoor…kansen afwachten en loeren, niets voor mij. Nee, nee ; er moet wel gereden worden en het liefst knoeperhard . Eenmaal in een kopgroep schuw ik het werk niet maar ga dan wel voor mijn eigen kans. Voor ‘de duur’ rijd ik ook vaak met een wit rugnummer.  Als ik nu kijk naar de doelen die ik me 10 jaar geleden stelde, kan ik wel zeggen dat er meer uitkomt als dan ik me toen ten doel stelde.  Heel soms zit ik wel eens achterin het peloton om wat bij te kletsen want het sociale deel is ook heel aangenaam.  Ontwikkelingen in de sport ?  Bij WVA  is het laagdrempelig en staat er een goeie organisatie. De transponders vind ik een vooruitgang en de saamhorigheid is er groot. Een beetje napraten is soms net zo nuttig als een mooie wedstrijd.  Nee, een gouden formule die niet hoeft te veranderen. 

Heb je een dilemma lijst ?  Houd er rekening mee dat ik lang niet altijd tot een duidelijke keus kom hoor, ik ben dan wel no-nonsense maar kiezen………..

Italie of  Frankrijk ? Begint gelijk al goed.  Italië vanwege de mensen en hun temperament, het eten en de siësta’s.  Frankrijk vanwege de vakantie, het landschap en vooral de wijn hè.

De Mont Ventoux of de Alp Huez ?  de Alp is me veel te toeristisch en eigenlijk een redelijk makkelijke en dus overschatte klim. De Ventoux is desolaat en eenzaam, zwaar en… het gaat of het gaat niet.

Van Kooten of de Bie ?   Ze maakten elkaar geweldig goed. Van Kooten is wel de populaire jongen en kwam wel eens in ‘mijn’ restaurant.  De Bie dan maar.

Radio of televisie ?  Interviews op de radio en sport op televisie. Ik luister nogal eens de Ischa Meijer interviews terug. Adembenemend goed.

Ducrot of Wuijts ?   Je moet ze afwisselen. Na een hele week het  ‘nieuwe wielrennen’ van Ducrot hoor je graag Wuijts weer eens.

Goed nieuws of slecht nieuws ?  Goed nieuws natuurlijk. Je moet altijd proberen positief te blijven. Zelfs uit slecht nieuws moet je iets positiefs proberen te halen, de uitdagingen zien.

Ik heb heel wat slecht nieuws gesprekken moeten voeren……..

Ochtendmens of avondmens ?  Het vaste ochtendritueel en ritme  binnen ons gezin bevalt me heel goed.

Imago of identeit ?  Ik heb het imago een hardrijder te zijn maar……….

Vallen of opstaan ?  Ik ben maar weinig gevallen en nooit schade of een fiets total-loss gehad.

Maar altijd weer opstaan en vooral opstappen !

Deugd of ondeugd ?  Een beetje ondeugend en relativeren mag wel hoor, naast alle discipline en deugdzaamheid.

Trainingsdag of rustdag ?  Ze horen bij elkaar maar hoewel ik geen trainingsbeest ben gaat een beetje lummelen me heel slecht af.

Passie of obsessie ?  Passie, absoluut. Ik zie de obsessie bij andere ouders als mijn kinderen sporten.  Sport is voor mij vooral sportiviteit en elkaar de ruimte geven plezier te hebben en je te ontwikkelen. Sport vergroot naast je conditie ook je weerbaarheid. Op een goede manier voldaan en moe zijn. Een beetje verslavend werkt het wel maar bij mij is koffie erger !

Stad of platteland ?  Het dorpse dat ik van mijn geboortegrond  ken (1965 A’dam Noord) was heerlijk om op te groeien maar de faciliteiten van de stad onder handbereik zou ik niet willen en kunnen missen.

Boonen of Freire ?  Freire. Vaak op eigen kracht en als een duveltje uit een doosje en dat relaxte karakter en het onverstoorbare en ongrijpbare spreken me wel aan. Kan zich focussen als geen ander.  Boonen wordt wel steeds ‘menselijker’ met die stommiteiten van hem.

Bier of wijn ?  Wijn.  Da’s mijn horeca-achtergrond hè.  Ik heb zelfs een klimaatbeheerste wijnvoorraad. En Frankrijk als wijnland….

Beste prestatie of mooiste ervaring ? Objectief beredeneerd is natuurlijk mijn nationale titel vorig jaar mijn beste prestatie. Het was geen geweldige wedstrijd maar wel zwaar en eigenlijk een gewone koers.  Mooiste ervaringen zijn de koersen waarin je jezelf overtreft. Eindeloze ontsnappingspogingen waarvan de laatste dan toch nog lukt.  De Marmotte is ook een heel geweldige ervaring.

Winnen of hardrijden ?   Winnen natuurlijk !  Maar er gaat natuurlijk niets boven met hardrijden uiteindelijk ook winnen………….

Vrienden of wielervrienden ?  Met mijn wielervrienden breng ik wel de meeste tijd door, soms ook tijdens trainingsweken. Maar er gaat niets boven echte diepgewortelde vriendschap.

Nerveus of IJzerenheinig ?  Ik kan me onverstoorbaar focussen maar kan ook nog steeds een heel nerveuze spanning voelen. Niet dat ik tijdens 2 inrijdrondjes 3 x moet plassen, maar toch………liever nerveus dan overmoedig.

Weer of geen weer ?  In principe rijd ik niet bij slecht weer maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik wel goed rijd in slecht weer. Ed Snijders riep dan vanaf de kant ; ‘Kees…rijden, het is jóúw weer’.  Die zag dat al scherp en ik hoor het hem nog roepen……

Gevoel of Polar ?  Po….wat  ??  Oh, bedoel je dat.   Ja, ja ik heb zo’n ding.  Sinds ruim een jaar en ik moet je zeggen dat je er vooral tijdens tijdritten goed door kunt doseren. En je kunt later je prestaties beter analyseren.  Je ziet als het ware de koers weer voor je.

Werker of stylist ? Absoluut een werker hoor. Binnenblad of buitenblad, dokkeren of rouleren  en  stoempen of souplesse hoef je me ook niet te vragen.  Ik ben een werker. Ik kan wel een licht molentje draaien hoor maar dan ziet het er volgens mijn nog steeds niet soepel uit.

Klassiekers of grote ronden ?   De diversiteit van de klassiekers maakt ze tot een geweldig kijkspektakel.  Daar ga ik wel eens écht voor zitten. De grote ronden in de samenvattingen.

Trainingsvorm ?  Zeker niet de rollen ! Ik heb als stok achter de deur soms wel een maatje nodig om buitentrainingen te doen. Het voordeel van thuiswerken is wel dat ik zomaar even ‘een uurtje’ op de fiets stap.  Kopje Bloemendaal is ook een aardige trainingsvorm. Op het grote mes natuurlijk.

Spijt van ?  Uiteindelijk toch dat ik niet eerder ben gaan tijdrijden.

Idool ?  Heb ik niet. Greg Lemond was wel een grote vernieuwer maar die persoonlijke ontboezemingen vorig jaar…….dat hoeft voor mij niet.

Bang voor ?  Vallen.

Bijgeloof ?  Ben ik veel te nuchter voor.

Bijnamen ?  Moet je bij John  Mens zijn.

Bewondering voor ?  De clubvrijwilligers en natuurlijk mijn vrouw en kinderen. Die creëren toch de voorwaarden waardoor ik aan wielrennen kan doen. De ideale mix.

Grootste concurrent ?  Ben ik uiteindelijk toch zelf.  Filosofisch hè ?

Vrolijk van ?  De juiste mensen om me heen.

Goed begonnen is half gewonnen ?  Ja hoor, mee eens.  Ik bereid me wel goed voor. Verzorg mezelf en mijn materiaal zo goed mogelijk.

Belangrijk in het fietsen ?  De natuur, de club, de gezelligheid, de prestatie en de kameraadschappelijkheid.

Kees, enorm bedankt voor je medewerking en je voorbereiding.  Op het lijstje met genomineerden staan Jan Koolhof, Jan Mart Elenbaas, Laszlo Tibbe en Andre Demeulenaere maar mocht een lezer nog suggesties hebben, die zijn van harte welkom bij de redactie. Mail of bel  dan even.

Met vriendelijke en sportieve groeten,   Han Wind.